Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 1=0 X

der doemelingen, na eene zeekere maat van ftrafferli aan de genade van Jesus Christus , toekennen.

d ) Aan de Leer der ziele en der ftraffen is die van de Engelen en Duivelen naauw verbonden. — De Engelen behouden zommigen nog, bij Dam zijn het menfehen of dichterlijke beelden, (zou ook een mensch in den offervlam zijn opgefteegen bij Manoach ? of •was Lucas een Dichter als hij de verfchijning verhaalt van een Engel aan Zacharias, ter rechte zijde van den reukaltaar?) Duivelen zijn 'er in het geheel niet, of hebben geene betrekking tot onze weereld. Engelen en Duivelen behooren (zegt Teller) tot de leer van den Godsdienst niet, het behoort tot de booge Joodfche Speculative Philofophie, die zij in Babel geleerd hadden, en Jesus, en zijne Apoftelen, hebben zich naar hunne vooroordeelen gefchikt en 'er x»T*v&tairov gebruik van gemaakt. Het fterkfte voorwendzel is: „ de mensch kan wet zalig worden , al „ gelooft hij aan geen Duivel." Ik ontken het niet, maar ik houde teevens ftaande: „ de mensch is toch geen goed Chrilten, die God niet gelooft in alles " wat hij zegt." De Leer der Engelen en Duivelen is een gedeelte der godiijke openbaaring, en is gewigtig , uit hoofde van het verband , waar in die Openbaaring deeze Leer gezet heeft-met de hoofdwaarheden van den Godsdienst. Ontkent men het beftaan en den invloed der Duivelen, dan volgen van de gefchiedenis der verleiding, van de wonderen des Za-

lig-

woord in zijn Betoog voor de eeuwigheid der ftraffen in een toekoomftio- leeven, hetgeen, uit het Engelsen- vertaald, nog dit laar te Utrecht, bij W. v. IJzerworst, is uitgegeeven, Onderfcheiden is hier van het oud Sociniaansch gevoelen, -waar bii zich Slatius uit de Remonftranten voegde, dat de toekoomende ftraf alleen beftondt in vernietiging, het geen echter laatere Socinianen ontkennen, men vergelijke Spanheim, Elench. conirov, cum Socin. § 32- 73'

Sluiten