Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

K"J33 X

maar wien ik daarom aueen noem, om dat ook Hij, naar het verhaal van Tertulliaan (a), veel op hadt mee den dienst, en zijne Leerlingen aanfpoorde tot den omgang met de Engelen. — Van den Ephefifchen Tovenaar Apollonius heb ik reeds in de verklaaring van den Text gefprooken, — Keizer Constantijn heeft deeze zwarte konst ten ftrengften verboden , gelijk zijn Zoon naderhand dcedt omtrend de Amulettes, die echter, met de Tak/mans, meer betrekking hebben tot de ftarrenwiehlaarij, en waarop het Concilie

van

Vreemd is het, dat Vitringa, Obf. S. L. 5, C. 12. I 9-f • jrq van oordeel is, dat de Tovenaar Simon een ander is , dan dc Ketter SImon, die een pijthagorist en voorlooper der Gnoftiken zou geweest zijn , waar1 tegen men vergelijke ItTlGius, Lampe en anderen, .gevolgd door G. C Volger , in eene Verhandeling, te Helmjlad verdeedigd onder Mosheim, en te vinden in de Aead. Verhand. T. 3. p. 5- van Zijnen ftrijd met Petrus te Romen, die hem, voorgeevende door de lucht te zullen vliegen , het leeven zou gekost hebfc»n zie men de verfchillende Verhaalen in de zoogenaamde Confiti. Apost. L. 6. C. 9 Arnobius adv. Gentes L. 2. Cij_rill fT.ERos. Catech. 6. Isidorus Chron. p. 268. &c moojrclijk verward met de gefchiedenis van zeekeren Icarus onder' Nero , wiens kwaaden uitllag Suetonius verhaalt. m| Nerone C 12 Het verhaal, dat Justin. M. eerst fchijnt voortverteld te hebben, Apot. 2. p 69, 9'. als of men hem te Romen op een klein Eiland in den Tiber een eerzuil hadt opgericht, met het opfchrift: Simoni, Sancto Deo, is met. jecht onder de verdichtzels geplaatst, zedert men het Marmer srondftuk Anno 1574 heeft opgegraaven, dat nog in de St Bartholomeus-Kerk bewaard wordt, en waar uit blijkt dat het een Zuil- was, ter eerc van Hercules, met het opfchrift Semoni. Sanco. De». Fidio. Men zie Halloix, JTUa Hlujir. Vir. T. 2. p 382. Deijling Obf S T i p. 140. en A. van Dalen , in eene afzonderlijke Vtrhandelmg over dit Stuk , achter zijn boek over de Godfpraaken. Am». 1700 Die meer van Hem begeert te weeten leeze Ireweos, L. i. C. 9. .10, 20, 30. Epiphan. Haer ai. IheoÏ.oret. Haer. Fab. L. 1. C. 1, Euseb. H. E. L. Z U 13, 14-

Ca) Tbrtvluanus , di Frfifoipt. C. 33.

Sluiten