Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 137 X

c.) In onderfcheiding van deeze verftaan wij door

de Illuminaten een zoort van dvveepachtige Enthuila-

ften,

medegedeeld, te Leijden bij A. en J. Honkoop, 1791. cn op het zeilde koomen uit de Recherches 8 doutes Jur_ le Magnetijme Animal, van den Heer Tiiouret, Parijs 1784, ■waar van men den boofd-inhoud vindt bij Bake, /. c. p. 15 enz. Voorbeelden van bedrog, en van verbeeldingskracht vindt men bij Ml'rraij , de lau.de Magnet. ftc ditti Animalis ambigua ,p. 15 , W. Josephi , Véer de;: ihierl. Magnet. Brv.nsw_. 1788.^. 26. . en il) l'Antimagnetij'me , Land. 1784. Zcliü beloofde de Heer Hoffman , te Mentz, eene prsemie van 100 ducaten aan den geenen, die het bc(taan. van het Dierlijk Magnetifmus door ontwijfelbaare proeven bewijzen kon. --- Maar aan de andere zijde hebben geleerde Mannen dc waarheid van het Magnetifmus verdeedigd, en de gezegde beoordeelingen voor overhaast en partijdig verklaard, cn gewis, voor zoo verre die beroemde Hceren Geneeskundigen zijn , fchijnt hun advies , misfchien zonder hun weeten, niet 'belangloos. Onder die Voorftaoders munt uit de Heer Hofraad van Eckartskals-n, wiens Verhandeling nog dit jaar, 'uit het hoogduitsch vertaald, te Dordrecht, bij de Leeuw en Krap is uitgegeeven , en, tot dus verre, door niemand wedcrlegd is; Eeven eens oordeelde de Heer de Jussieu, één der Koningl. Commisfarisfen ter onderzoeking,' die het bericht zijner Medegecommitteerden niet heeft willen onderschrijven , en van wiens afzonderlijk bericht men een hoofdzakelijk uittreksel vindt, L. C. p. 119. 8c. —

Meer zou ik'er kunnen bijvoegen , maar ik fchrijf een Noot en geene Verhandeling, hebbende genoeg gezegd om mij te billijken , dat Ik, (daar zoo groote mannen, van meerder doorziet als ik, verfchillen) niet durf meefterachtig bepaalen , v, ie de naafte aan de waarheid is. Die meer Schrijvers wil nazien, zal dezelve bij de geenen, die ik genoemd

heb, in getale vinden aangeweezen. Maar ik zeide

daar en boven, indien ik al durfde, ik kan niet, en dit zon ik wel zeeker van het gros der Beoordeelaars durven zeggen ; de gronden zijn in den aart der zaak en in bekende Omltandigheden. De Theorie van het Magnetifmus is hoofdzaaklijk deeze. „ Er is eene vloeibaare, bij uitneemenheid „ fijne ftoffe, om haare werking best magnetisch geheeten, „ deeze bezielt de gantfche Natuur, houdt alle haare deelen „ in verband, rapport en overéénltemming, en deelt aan ÏS alle bezielde weezens,>< vooral aan zommigen bijzonder

J 5 • sc~

Sluiten