Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 155 X

zich verder heeft uitgebreid; of waar zou ik eindigen, fprak ik van de ftuipachtige verrukkingen van Benigna Koning, eene Predikants Dochter in Jocichims-thal (a), A°. 1628, of van de meenigvuldige Propheeten, die zich in Zwikkau, in den Stiermark, te Neurenberg, te Erfurt hebben opgedaan, en in veele andere lireeken van Engeland en Duitsland (bj, zelfs te Amjlerdam in den bekenden Jan Rothk ,

van

Clericus, Jurieu, Pfeiffer, en de Schrijvers van dc Aaa Erud. Lipf. hebben tegen hem gefchreeven, —Met alle zijne Mijftikerij, gaf hij echter deeze belijdenis, Vrede der goede Ziele , p. 278.

,, Ik betuige voor God en alle menfehen, — dat wij ?e„looven en aanbidden de aanbiddelijke en onbegrijpelijke „ Drieéénheid, Vader, Zoon of het Woord, en den- H. „ Geest, een Drieéénig God, gepreezen in eeuwigheid, „ welkers innigfte onderfcheidingen (het ZÜ nien ze realei, „ relativa, hijpofiaticce, perfonales of fubftftentiales enz. „ noemt) zoo waarachtig zijn, als onbegrijpelijk voor het „ menfchelijk vernuit. — Dat wij Jesus Christus houden „ voor den waaren éénigen God en voor een waarachtig

mensch, voor den Heiland en Verlosfer der Weereld,voor „ den Middelaar tusfehen God cn Menfehen, die, door zijne „ verdienften, voldoening, gerechtigheid, leeven en dood, „ allen den geenen een oirzaak van zaligheid is, die hem „ navolgen ". Zou men kunnen gelooven , dat dezelfde Man eene Cath. v. Genua goedkeurt, die in haare hooge optilling uitriep: „ Ik vind niets meer van mij zclven, daar „ is geen ander Ik meer. dan God ". Beneevens de vergoding, lijdenftaat, lijdelijk gebed van Moeder JuLIANA, en zoortgelijke dwaasheden, die eindelijk uitloopcn op de gronden van het alle Godsdienst en Zeden beftrijdend ftelzel: de mensch Machine , cn , de Zonde verbeelding.

(V) Men Ziet GijS3. Voetius, Disp. Se!. T. 2. p. 10S0. Jeqq. Micraelius , Sijmagnn. H.E. L. 3.. p 665.

(Jj) Die geduld beeft om alle deeze droomerijen te lee'zen , raa':p!eege de Qp. r.bcaringen van Dabriciüs, de fchriften van Comenius, Fabrigius , Arnold, Cai.ovius in Antiböhmio, en' men zal, daar zij de zaak uit verlchillehdéoogpunten bezien , zijne weetlusc meer dan voldaan vinden.

Sluiten