Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X i?° X

vigen of Enthufiaften waren, hem de gunftïgfte getttï-

genisfen gaven, en dat de geheele zaak voor hem, die geene knoopen doorhakt, maar met voorzigtigheid oordeelt, zeer in het diufter ligt; eeven eens als het geen men van de gcneezing door aanraaking voorheen vertelde ter eer der oude Engelfche en Franfche Koningen (ö).

Met

daar toe'waren de gevallen te meenigvuldig, de Man te braaf, en de opgenoemde getuigenisfen weêrleggen dit. Wat dan? was alles Natuur-kracbt, Vloeiftof, die zich door aanraaking mededeelde? eene balftmachtige, geneezcnde uitvloeijing des lichaams ,op gelijke wijze werkende als de Univerfeel-tinttuur noemt het Dr. Rust in den brief aan 'sKonings Capellaan Glanv'ille , dan is het in de zaak het zelfde met her Magnetifmus , waar over ik mij reeds boven heb uitgelaaten, en op die wijs begreep het ook het Berlijnsch Maandfchrift, fchrijvende: „ Hier hebben wij reeds voor meer dan hon„ derd jaaren het geheel dierlijk magnetifmus, hoewel niet ■„ onder deezen naam''. Misfchien eevenwel is alles nog eenvouwiger, zou het herhaald wrijven niet een natuurlijk middel zijn om veele plaatfelijke ongemakken van de edelfte naar min edele deelen te verplaatfen en eindelijk te verdrijven ? Doftor Astel fchijnt daar heen te willen, en Pechlin doet ons opmerken, dat zweeten, braaken.en andere ontladingen de gevolgen dier wrijving waaren. En eindeliik in Ulcera, gezwellen, enz., heeft misfchien balzem en olie aan de ftrijkende hand de gcneezing bevoorderd, zoodat een zeeker gedienftig bedrog (pia frausj niet geheel valt uit te iluiten. Die iets naders weet, bewijze het

00 öe eerfte der Engelfche Koningen , die het Koningszeer door aanraaken genas, noemt Polijdorus Virgilius de revum invent. Eduard III, en bij de Franfchen zou Clodov-ïus de eerfte geweest zijn, die Lanicetus genas. De verfchiilcnde plegtigheden befchrijft Paschius, de inventis nova Antiq. C. 6, de franfche, p. 414, 415, en de engelfche *>. 417-419. — Wat is hier van waar? d'Espagne fpot 'er mede , Opp. T. i.p. 178. Morhof hieldt het voor bedrog van de hovelingen, Polijh. Litterar. T 2. p. 307, doch kwam naderhand van dit gevoelen te rug, volgens het zeggen van y.ijnen uitgever Mollerus, die hem hier in wedeilegt heeft. BuDDEüs.' de A'keifmo, C. 10. p. 575 » fchrijft alles aan de inbeelding der Lijders toe , die door de pracht waar mede alles

Sluiten