Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijk van God het bloed des Nieuwen Tefianients onrein achte; of Inbeelding de droomen des bedrogs voor de taal van. den Geest der waarheid houde; en dan nog de zwaveldampen des ongeloofs en de zwarte neevelen der Bijgeloovigheid Verlichting heete, waar op de Eeuw kan roemen! Vooral dat geen Belijder van den fchoonften en troostrijkften Godsdienst, door dit fpeelwerk gelokt, door alle die wind-buijen geflingerd, door valfchen fchijn bedroogen of door dit gezwets verfchalkt worde, om voor de waarheid logen, voor troost onzaligheid, en voor het leeven den dood te kiezen. — Zingt veel eer met den Haagfchen Guldemond (a):

„ Zou 'k voor U te ootmoedig knielen ,

„ Jesus ! Gods geliefde Zoon !

„ Heer der Heercn ! God der Goön! „ Hoofd der vrijgekochte zielen!

,, Schepper van het gantsch Heelal!

Wien uw Vader 't godlijk leeven, w De opperheerfebappij, wil geeven ,

„ De aarde als Rigter eercn zal!

„ Heeft de Waarheid niet betuigt, „ Dat eens voor U mensch en engel juichend knielt of zid-

„ drend buigt ?

„ Judaas woudftreck zal getuigen ,

„ Hoe vergeefsch de list der hel

„ Loerde op vorst Immanuël; „ Satan voor zijn magt moest buigen.

„ Gadara vermeit zijn kragt; „ Golgotha zijn fchuldverzoening, „ Daar Hij, 't Offer ter voldoening,

„ Werd in onze plaats geflagt;

„ Heilig God! Calvaria a Predikt U, zoo ftreng in 't wreeken, als ontfentsend in genaê.

„ Dwaa-

(V) Zoo zong de Eerw. D. A. Reguleth , in zijn uitmuntend Dichtftuk, Zegepraal der -waarheid, het geen geheel verdient geleezen te worden in de Dicht/tukken van het Haagsch Gmootjchap, K. S. G. V. Anri» 17Q2. T. i. f.

80.-100.

Sluiten