Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

flotte, de geheele Openbaaring is niets meer dan de Natuur- en Vernuft-leer, voorgefteld naar de Nationale en Lotale denkwijs van een onwijsgeerig Volk. — Een ander zoogenaamd Critiek, ééven ftout op hijpothetifche etanteekeningen, wil ons alle hiftorifche zeekerheid ontneemen, en houdt alles voor eene laate verzaameling van Anecdotes, die, op naam van Moses , onder het Volk verfpreid, en door een of anderen Jood bij één gebragt waren (a), of vindt dc verborgenheden tan het Chriftendom in de fchriften

der,

O) Fragmenten van Moses noemt het de Schrijver van het Sijfthem. Praeadam. L. 4. C. i. Voor ondergeftooken verklaarde* het Hobbes, Leviathan, part. 3. C. 33, wederlegd door Cocq , Anatom. Hobbefian. Loc. 3. C. 5- pag. 43-45- Spinosa hieldt Esra voor den Schrijver, Trad. hist. polit. Cl B , men zie Walch, Mife. S. L. 1. Exerc. 6. § 3. p. 146. de geleerde, maar dik wils paradoxe Rich. Simon was van meèning, dat de inhoud van Moses boeken, in laater tijd, onzeeker door wien, op eene verwarde wijze, uit de Aanteekeningeri van zeekere openbaare Protocolliften der Joodfche Natie, bij elkander gebragt was, Hist. Crit. V. T. L. 1. C. 2, 5. vergcl. Walch, L. C. § 8. p. 153. De geleerde Clericus wederfpreekt Hem wel, maar houdt eeven ongegrond dien Priefter, die, volgens 2 Kon. 17, gezonden werdt, om de Coloniften in Paleftina den Godsdienst te onderwijzen, voor den Schrijver van den Pentateuchus ,Senti Theulog. quorundam Batavorum fuper Simonii hist. Crit. p. 128. Ik melde dit, om te doen zien, dat al de fchijngeleerdheid der Neologen, in het betwiften van de echtheid der Bijbel-boeken, niets nieuws leert, en van anderen ontleend is die tang weerlegd zijn, men zie de Echtheid van Moses fchriften (welke Porphijrius, die ze met Sanchoniathojt ver"eleeken hadt, zelve erkende) bondig beweezen bij Picïe't Theol. Christ. T. i. p. 28, 61, 62, 90, Stapfer, theol. polem. T. 2. C. 6. § 19, 219, 256, 265, de Moor, Comment- perpet. T. i.p. 223-227 en de Schrijvers, doos zijn Hoogeerw. aangehaald, bij welke de nederduitfehe Leezer voege H. LussiNG, de noodzaaklijkheid van den Godsdienst in gemeen, en de zeekerheid van den Chriftel. in hc% 'iijzonder bcward» T. 2. 6de Verhand. C. 1, u. ?> 4"£ir)= M. 4

Sluiten