Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 134 X

der Grieken, en het Woord God en bij God van Jo« Snnes in de Logos van Plato (a). — Ginds is een

an-

(a) Het tegendeel van dien geleerden onzin heeft reeds tegen Celsus" bewcezcn Origenes contra C. L 6. p. 283 , naderhand is tegen SandIüs het zélfcfe gedaan door Colovius, Laï/pe en Spanhei;;, en onlangs tegen de Ncologen door JacobI Cn de -Schriu-ers tégen Priestlij in de PrijsVerkand. van het Haagsch Genootfchap. Toen Cl ericus het zeilde gevoelen verdeedig ie werdt hij wederlcgd door Bruckerus Hist philof. Crit. T. i. />. 63,5, en T. 3. p. 331, en LaMIUS, Comm. de recta Christ. de trinitate fententia. Onder de Rechtzinnigen denken zomnügen aan het Chaldeeuws ÏOD'D, fchoon het onzeeker is , of de Chaldeen daar mede ieti an-Iers dan de Jpreekende Godheid bedoelden, ziet Deijxtng , Obf. S. T. ï.pMal en J. H. Michaëlis, Disf. de Wltt'ö Chaldaeorum , hoewel de Jerufalemjche Targum en de Soitar 'Kls meer fehijnen te zeggen; — Anderen om Pf< 33: <5, of, zo Jlin' 121 Gods- bevel beteckent. dan Hagg. 2: él waar het veel meer nadruk heeft aan den Meshas, dan aan het woord der belofte te denken; vergel. Marck comm. in foe_ — 2 Sam..'j: ai. zegt David , om uws Woords wil SpS"! "|Oy.4 hebt gij alle deeze dingen gedaan , en in de gelijkluidende plaats, t Chron. 17: 19 Ieezen wij om uws Knechts wil ÏJ^DJ? "lOj?? • 200 dat het Woord en de Knecht

feods het zelfde fchijnt te wcezcn, en in beide plaatzen den Mesfias te beteekehen , temmeer . daar de LXX ook 2 Sam. 7: 2t A4Óa«« vertaalcn: Onze Nedcrl. Randrchrijvers geeven aanleiding om'aan deeze piaats te denken, en de Aiyot van Joannes'wordt daar uit afgeleid door DErjLiNG, L. C Witsius, Mifcell. T. 2. Exerc. 3. p. 102 en Tittman, de ve~ fiigiis Gnojiicorum in N. T. frujlra quarjitis , Lipf. 1773-—' La Place, Disp. contre les Socin. en Pictet, Theol. Chrijf. T. 1. L. 3. C. 8. p. 229, meenen, dat dc Euahgeh'st de Zegwijs noch van Zoroaster, noch van Pijthagoras , noch van Plato , uoch van den Chald. Paraphmst, noch van de Cabbalijlifche Schrijvers, noch uit het O. T. ontleend heeft, maar dat de H. Geest hem dezelve ingaf, om ons iets te leeren, dat wij anders niet zouden geweeten hebben. Te weeteu: Gen. 1. zegt Moses telkens Godzeide, en Spr. 8, fpreekt Salomo van de Wijsheid: de Geest Gods zou ons nu door Joannes leeren, dat Gods Woord, Gen. r, en de Wijsheid. Spr. &, Gods Zoon is, naderhand in het vleesch

ge-

Sluiten