Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X iw X

plaats vindt bij eenen Rechtzinnigen, dat de geheeïe Leer door niemand kan verdeedigd worden, of fchrijft, met Heilmann, de grooffte dwaalingen na, uit dc tweede en derde hand, onkundig, dat die Leer door eenig Hoofdketter ooit gedreeven of door de kracht der waarheid immer wederlegd wierdt (a). Terwijl

nog

C. S Duitsci een werk op de pers heeft, onder den Tijtel van bKISPnyW oï Israets Verlosfing, waar in zijn Eerw. uit oudere en laatere Rabbijnfche Schriften , het echt geloof der Joodfehe Kerk over de Leer der Drie-éénheid en de heerlijkheid des Zoons Gods, op,eene meefterachtige wijze, betoogt en de rechtzinnige verklaaringen der voornaarmteTcxten van het O. T. uil de geaehtüe Leeraars der Joodfehe Natie opgeeft, ter befebaaming niet alleen der hedendaagfche looden maar nog veel meer van Pkiestleij en anderen,die de bcwlizen voor de hooiolceringen des Chriftendoms op allerlei wijzen poogen te verzwakken. Door de vricndidiap van den door zijne Godsdicnftige Sentimenten met minder dan door rang en geleerdheid. achtingwaardigen Hoogleeraar Velse , Lijfmedicus van Z. D. H. den Heere Prins van Oranje heb ik, eenige bladen van dat werk gezien , en gaarne had'ik (was hqt niet te breedvoerig) bier ingelast , wat dc Eerw Durrscii over het Mem-ra Jehovah , het Woord Gods , *. 105-112, 281-298, en 357-362 heeft aangeteekend, dan degeheelc redenecring, p. 141-408, verdient met aandacht te worden nageleezen, en ik verblijde mij in God, over deeze nieuwe wijze van verdcediging des Chriftendoms tegen de Schijngeleerdheid der Neologen, wier voorgewende Ooan-feke'Litteratuur hier meenige nuttige Les onttangt, terwild de Godgeleerden hier veel fchoons ter beveiliging van hunne bewijzen uit de Oud-teftamcntfche Schriften zullen aantreffen.

O) Toen men in Clcefsland den Predikant Heili/ann befr-huldicdc van Sociuianerij cn van het uitfehrijven der plaatzen uft Socinüs, betuigde Hij nooit de werken van Socrnus geleezcn te hebben, en het bleek bij onderzoek, dat hij tfltes hadt uit de Algemeens Duitfche en uit de Mtttaufche Bibliotheek en uit het Woordenboek van Teller, en deeze hadden weder ontleend uit Engelfche journalen, die door Arrianen cn Socianen Wórden uitgegceven, ten minden door Arminianen, die, beucevens veelen uit die Sociëteit, van de oude leer van Arminius wel ruim zoo veel yerfchillen , als de teegenwoordige Conftitutioneele Franfche Prieilers van Leer van het Concilie van Tremen.

Sluiten