Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 202 X

en rookpijlaaren, noemt men de maatfchappij verlicht at het menschdom vrij.

Ik zeg niet te veel, Geliefden ! ik maak het verband tusfchen de beftrijding van het Euangelie Godsen de rampen van den Staat niet te fterk. Dat de Proeven bellisfen. Reeds twintig Jaaren geleeden fchreef men een boek, genaamd: Het Jaar 2440 (a), liet hadt het voorkoomen van een Satijriken droom, het teekende den Godsdienst verwisfeld met den zuiver natuurlijken, de Staatsregeering veranderd, en dat alles doorniengd met aanvallige fchilderijen eener volmaakt gelukkige republiek, die de Idealen van Plato verre overtrof; de Stijl was inneemend, en men las het, als een boek van fmaak, met genoegen, zonder

O) De Tijtel was PA* deux mille quatrc cent quarante. Kêve.s'il en fut jamais. Onder het Motto: Le Tems prèfent ejf gros de l'avehir , en, quaft, uitgegeeven te London 1772. Daar leezen wij over den Godsdienst: „ Heurettx mortels! w vous n'avez donc plus de Thêologiens.'" p. 76, en inde Moot: „ II ne faut point ici confbndre les moraliftes avec les „, thêologiens: les moraliftes font les bienfaiteurs du genre m liumain ; les thêologiens en font Popprobre & le flcau ". — En hoe de Schrijver over dc Politie denkt, blijkt op pag. ï73, daar hij van' het Schouwburg in zijne veranderde weereld fpreekt: „ On annonca le lendemain la tragédie de Crom9 wel ou la mort de Charles Premier; & toute 1'Asfemblée „, parut extrêmement fatisfaite de cette annonce. On me dit " que la piece étoit un chef-d'ceuvre, & que jamais la caufe . des rois & celle des peup'.es n'avoient éré préfentées avec * cette force, cette éloquence & cette vérité. Cromwel ™ étoit un vengeur, un héros digne du fceptre, qu'il avoit " fait tomberd'une main perfide & criminelle envers 1'Etat". 'En de Noot voegt 'er bij. ,, A quoi fonges-votispoëtes _ tragiques ? Vous avez un pareil fujet a traiter, & vous al„*lez me parler des Perfans & des Grecs; vous me donnez ** des romans rimés. 'Eb! peignez-moi Cromwel ". -— Men heeft onlangs van dat werk, in onze Nieuwspapieren, eene Nederlandi'cbe vertaaling aangekondigd, en teevcn beiend gemaakt, dat de Schrijver is de Heer Mercier , thands Lid der Nationale Conventie in Frankrijk.

Sluiten