Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

):( 2i7 X

deren het zelfde fpoor betreden (a) hebben. Ik hébj rneer dan ééns, kundige Ledcmaaten ontmoet, maar die geene geleegenheid hadden om de oude Kerkvaders te beftudeeren (&), welke, door den geleerden

toe-

O) Wat Priestleij in dit Stuk gedaan heeft , deedt ook de Schrijver van de Vrijmoedige aanmerkingen over het C/;r/jtenelom. Berlin 1780. De Faculteit te Halle weigerde wel dit (luk te approbeeren , om de verminking der Kerkgefehiedenis, maar Dr. Teller approbeerde het, cn Frederik de Groote gaf, den 7 Febr. 1780, vrijheid tot de uitgaaf, zonder een Decretum approbatorium te behoeven; Profesfor Hec.elmaier , van Tubingen , heeft het, in twee nukken » Anno 1780 cn 1781, meefterlijk beantwoord. Eeven zoo hadt de Schrijver Over paperij en godsdienst, door H. K. in 4 Hukken te Berlin, Leipzich en Weenen, Anno 1783, uitgegeeven , de ftoutheid om te beweeren : „ Dat de Kerkleer„ aars der Chriftenen van tijd tot tijd ontftaan waren uit de ,-, enkele Voorleezers der H. Schrift ". Iets, dat middagklaar weerlegd wordt uit Justinus den Martelaar, Orat. ad Anton. Pium, p. 198, welkeplaats ik daarom uitfehrijf,, om dat uit dezelve blijkt, hoe de iorm van den openbaaren Godsdienst bij de Proteftanten naauwkeurig dezelfde is als in de Eerfte Eeuw des Chriftendoms. „ Op den dag, welke „ Zondag heet (zegt Justinus) is 'er eene zamenkoomst j, van allen , die in de Steden of op het Land woonen, ia „ ééne plaats: dan worden de Boeken der Apoftelen, of de „ Schriften der Propheeten , naar tijds geleegenheid gcleezen ;

daar na, terwijl de Lcezer rust, doet de Opziender, eene „ redenvoering, waar in hij het Volk onderwijst, en tot naj, volging van zulke heerlijke dingen vermaant: tusfehen bei„ den ftaan vrij allen op, cn Horten onze gebeden uit,; da „ gebeden geëindigd zijnde wordt gegecven brood en wijn „ en water, en de Opziender weder, naar zijn vermogen, 5, gebeden en dankzeggingen doende, zegt het volk met bÜjd„ fchap: Amen\ Voorts, die rijk zijn, en geneegenhcid heb„ ben, geeven elk iets, naar goedvinden, en het verzamel„ de wor.1t door hem, wiens werk dat is, weggcflootcn ,die „ daar mede Weduwen en Wcezen onderftcunt, cn die door „ ziekte of anderzints gebrek hebben, ook gevangenen en

aankoomende vreemdelingen, en bij is, met één woord, „ de verzorger van abcn, die gebrek hebben ".

0>) Het is jammer genoeg, dat onze Ledcmaaten,, die lust hebben totleezen, zoo weinig werk maaken van de Kerk0 - hi-

Sluiten