Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X m >(

bij de ontzenuwing aller troostgronden, voor den armen zondaar, in leeven en in fterven (a).

Zoo groot- gen Vriend als ik ben van de verdeediging der waarheid, en zoo vrijmoedig ik de naamen noem van hen , die zich zeiven openlijk, door hunne fchriften, als'onze vijanden, verklaard hebben; ééVen zoo groot een vijand ben ik van liefdeloos verdenken, onbeweezene befchuldigingen, en particulier tauxeeren van bijzondere Perfoonen, vooral wanneer zij nog geene Eer nellen in hunne fchande, en het onderwijs der Zachtmoedigheid nog hoopen durft, dat God hun te eeniger tijd zal bekeering geeven tot erkentenis der Waarheid. Ik zal daarom 'er niets bijvoegen van ons eigen Vaderland; ik zal niet onderzoeken, of men in alle Gezindheden zich zuiver houdt aan die Leerftellingen, die de bekende gevoelens zijn van het Genootfehap, waar van men zich benosmt; en nog veel minder, of het Waarheids-min, dan vreeze voor de •naauwkeurighcid van het Kerkelijk Opzicht is, waar door in onze Hervormde Kerk de waarheid nog niet ftruikelt op onze ftraaten. Moet ik oordeelen uit de gefprekken van zommigen onzer Belijders over den Godsdienst; uit de dagelijkfche Vertaalingen der Neologifche Schriften; uit de greetigheid wapr mede die gelcczen worden; uit zommige, op zijn minst voorbereidende, boeken; en uit zommige recenfien over

het

Ca) Men zie dit in het voorgaande omftandig genoeg beweezen, en vergelijke het Koninglijk Pruisfisch Religior.sEdia van o Jv.lij 1788, §. 7. — \Vat Schulz betreft, dc Heer Crimineel-Raad Amelang heeft hem poogen te verdeedigen in eene opzetlijke Brochure, doch met hoe weinig grond zie men in Schreiben an einen Ereund über die Amelangfche Vertheidigung des Pred. ScHULZ zu Gielsdorf, te Elberfeld 1792. gelijk hij ook dit Jaar, wegens zijne voortduurende afwiikingen van de grondleer des Chriftendoms, door den Koning van Pruisfen van zijnen dienst verlaaten is.

Sluiten