Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H 2S9 X

Onder de Proteftantfehe Vorften werdt wel nooit de Vrijheid van denken, of iemands Confcientie voor zich

zei-

vaarlijkjle en he.tmensch.dom nadeeligjle grondbeginzels; Ck. 13- P- -73. 274' de zelfmoord, als geoorloofd en dc eenigc troost cn vriend der ongelukkigcn , voorgefteld:. Ch. 14. p 505; en deczc verderfeïyk ftelling gevonden: „ De Tij„ runnen en Defpootcn boeiden door de banden van den „ Godsdienst hunne flaaven, en verduifterden met den Gods,, dienst-nevel den geest der menfchen". Ch. 14. p. 344, Men vindt dezelfde Principien in de fchandelijke Werken Les Queftio.is de JZapata; l'Evangile du Jour; Lettres de mon Oncle; &c. En nu vergelijke men de fchriften der N. Hervormers, en men zal van denzeliden aart vinden Bahrdt, Briefe über die Bibel in Vollts-ton : Riem, Philofophifche und Krztifche Unterfuchung über das alte Teflament, 1786. en Kritifcher Verfuch übèr die Mofaifehe Urgefchichte, 1788. — Dat verbranden van Boeken , dat wel het leezen niet vermindert, maar echter boek cn fchrijver met eene Nota Infamii toekent, cn, in vroeger tijd ook in ons Vaderland geoordeeld werdt niette flrijden met de Vrijheid (niet Licentie) der Drukpers, werdt door de oude Kerkleeraars, met een Weinig te grooten ijver, den Kcizeren aangeraaden, ziet Socrates, H'ji. Eccl. L. 1. C. 19,waar door veele ftukken der Oudheid vcrlooren Zijn; dan deeze reden houdt lang op, daar wij nu een gehcelen drom diergelijke Schrijvers hebben, en dc een den anderen beftendig nafchrijft. Vergel. Nieuwland , LeS. Mem. T. 4. C. 8. § 5. p. 297. De zwaarigheid voor de vrijheid cn bloei des bandels bij het weeren van fchadclijke fchriften is meer fchijn dan weezen. In Weenen, in Saxen, in Pruisfen tegenwoordig, waar de Boek-Cenfuur is ingevoerd, bloeit de Bockhandel het fterkst — en in alle gèv.aHcri moet het bijzonder belang boven het welzijn van den Staat gaan ? misichien zou 'cr ook winst te doen zijn met het verkoopen van Aqua Tofana, zou daarom de Politie moeten gedóogen, dat men 'er een winkel van opzette? Billijk was het zeggen van Frederik Willem tot zijnen Minifter,'bij hoogstdeszelfs kóomst tot den Throon, Anno 1787. „ Ik heb befpeurd , dat Vrijgcefterij cn Socinianen] „ influipt, cn dat 'er bijna wecklijks Traftaatjes verfchijncn, „ waar door beiden verdecdigd worden.; dat moet niet meer .,, zijn ! Gij, als Hoofd van het geeftel'ijk Departement moét „ dat zoeken voor te koomen. Ik wil wel geen Kophangers en Dwcepers in mijn land' hebben; maar ik wil ook

* "mét

Sluiten