Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X a44 X

0.) Maar, zo de Bergen den volke vrede draagen, ook de Heuvelen verbreiden heilig recht. De Hoo£-

den

deeze onbefchaamds taal: „ Terwijl Semler, de thands „ goud riekende Semler, het van Vader op Zoon, van „ Profesior op Auditor voortgeplant geloof" aan de echt„ heid en godlijkheid van veele boeken (die openlijk „ misgeboorten van oude Chriftelijke dweepers waren) „ met hiftonfche wapenen beftreedt,begonnen Teller, „ Spalding, Hermes, Teede , Patzke, Lappenberg, „ Dietrich , Steinbart, en meêr Godsmannen, de aflehuuwlijkheden, en God ontéérende ongerijmdheden „ van het Oude, uit nieuw-platonifche fcholaftike droo„ men zaamgefianste onfij(thematisch Sijfthema, ftout te „ ontdekken, en te toonen, dat dc Godsdienst van het „ N. T. volgens eene. redelijke verklaaring, eene met „ de gezonde Leer niet ftrijdende, maar veel meer op „ de herftelüng van den redelijken , Godsdienst doelende „ leer zij ".

Op dien toon moest eens een Rechtzinnige over de Leer der Neologen fpreeken ! !

• Kan iets Godonteerender zijn, dan de ongezouten Roman, die hij ons van de Leer der Drieéénheid vertelt ? fag. 27. „ Hoe meer de Heidenen deel kreegen aan de „ beftemming van het Leerftelzel, te meer nam, inhun„ ne aan Veelgodendom gewoone hersfens, de vergo„ ding van hunnen Christus, en de vetmeerdering der „ Godheid met een paar nieuwe Leden, toe. Doch, „ nadien men de Chriftenen uit het joodendom, als „ ftrenge Voorftanders der Eenheid van God, niet durf„ de beleedigen, zo verzagte men hetzelve, door dc „ laffe verzeekering, dat. hoewel de. Vader God, de „ Zoon God, en de H, Geest God zij, 'er nochtans „ niet drie Goden, maar flechts Eén God zij ; het welk „ onze lieve Heer, en het gezond verftand aan deeze „ Lieden vergeeven wil "! En eeven eens behandelt hij de-Leer der Verzoening: pag. 60. „ Geen leerftuk in ,,, de gantfche Chriftlijkc Dogmatiek is aanftootlijker, „ dan deozc: God tot een Tijran te verlaagen, die alleen „ door bloed verzoend kan worden, al was het ook „, het bloed van eenen onfcbul.iigen , het bloed van zijn „ eigen Zoon; heet dat niet, zich God verbeelden in „ den fmaak der Peruanen en menfchenëeters'?? — Deeze en zoortgclijke Staalen bewijzen, hoe noodz,aaklijk jjet Edict was. 3. Dat

Sluiten