Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M 259 ):C

grooter voordeel dan ons inwendig twiften, men overwint ons ligt, als wij ons onderling beftrijden, èn de Godsdienst lijdt den zwaarden fchok bij den hoogmoed en den boozen twist van de geenen, die hem prediken (c); Dan, aan de andere zijde, verlei*

1 (_a~) Nooit ergert mij iets meerder, dan wanneer Godgeleerden over Neevenzaaken een haatlijken twist voeren. Laat ik mij zeiven en alle mijne lieve Amptsbroederen een beter voorbeeld geeven! Elk, die de Kerkelijke Oudheden kent, weer hoe zeer dikwils Hieronimus en Augustinus verfchilden en tegen eikanderen ichreeven : maar op wat toon bejeegenden zij malkanderen? Hieron. fchrijft aan August. „ Het is mij genoeg, dat ik mijn gevoelen bewijs, zonder „ dat van een ander te berifpen: ik ben zoo dwaas niet, dat „ ik, door de verfchillenbeid van uwe uitleggingen zou mee,„ nen beleedigd te worden". Opp. T. 3. p. 15. — En Augustinus, de Jaaren van den ouden Vader in aanmerking neemende, fchreef hem nog veel beleefder: „ Ik bid u, bij „ de zachtmoedigheid vaii Christus, dat gij het mij vergeeft» „ zo ik U beleedigd heb. Ik zal uwe vriendelijke berifping „ ten hoogden voor lief neemen, al was het ook, dat iets „ niet verdiend hadt berispt te worden, fchoon ik het niet vol„ komen kan bewijzen. Ik zal te gelijk uwe goedheid en „ mijnen fchuld bekennen, en, zo veel den Heere belieft, ia „ het eene dankbaar, en in het andere verbeeterd worden". T. 2. Ep. 15. ƒ>. .40. — Hoe wenschte ik, dat onze Godgeleerden altoos zo'o fchreeven! — Degeheele Proteftantfehe Kerk ZUcht nog, gefcheurd zijnde, over de twiften haarer eerde Leeraars, Luther en Calvinus, en men weet, hoe driftig zij zoms malkanderen behandelden; en echter was de twist niet recht van.harte. Daar is nog een Brief van Calvin aan Bullingf.rus in weezen, van 25 Nov.. 1544,waar in hij fchreef: „ Ik ben dikwils ge-woon te zeggen, indien „ ook Luther mij een Duivel noemde, dat ik hem eeven„ we! , met volle meening , zou erkennen voor een uirmun„ tend Dienaar van God, die begaafd is met uitfteekende „ deugden, maar die ook groote zwakheden heeft". V,an eenen anderen Brief aan Luther zelve, van het Jaar 1545/ is het Opfchrift... „ Aan den hoogstuitmuntende Leeraar der „ Christlijkc Kerk, den Heer Doftor M. Luther, mijnen ,, zeer geëerden Vader". — Aan de andere zijde heeft dé Heer Jan Sturm, Rector te Straatsburg, in Arttipappo alle, R 2 08

Sluiten