Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X X

Eindelijk, men vervolge hen in alle de bijzondere middelen van aanval met verftandigen ijver, die

niets

Clemens van Ramen, die daar tot Anno 76 of 77 Bisfchop was, en die omtrend Anno 100 fterf, fchreef Ep. 1 ad Cor. „ Deeze, de glans en het affchijnzel van Godsheer„ lijkheid zijnde, is zoo veel grooter dan de Engelen,met „ hoe veel grooter naam hij genoemd'wordt".

En deeze Eerfte Brief is ongetwijfeld van Hem, aan den !Tweeden twijfelt men met reden, zelfs heeft Venema ook den tweeden brief, welken Wetstejn achter zijn N. T. ons als echt uit een Sijrisch MSS heeft uitgegeeven, met de boogfte waarfchijnlijkheid als onecht verworpen.

Ignatius, wien de Oudheid zeide dat kind geweest te zijn, dat Christus in het midden zijner Apoftelen ftelde, Matth. 18: 2. die ten minften Jesus na zijne opftanding nog gezien hadt, en die Anno 107 den Marteldood fterf (men vergelijke over hem, behalven Pearson, Vita Ignat., vooral ook Venema, H. E. T. 3. p. 409.) fchreef onder anderen:

Ep. ad Philad. „ Daar is één ongebooren God en Va„ der, en één ééniggebooren Zoon, God het Woord en „ Mensch, en één Vertroofter de Geest der waarheid ".

Ep. 14 h Het Woord is vleesch geworden, de on„ lichaamlijke in het lichaam, de orlijdelijke in een lijde„ lijk, de onderflijke in een flerflijk lichaam, het leeven „ in het verderf, op dat hij van den dood en het verderf ver„ losfen zoude ".

De Echtheid deezer brieven is nog laatst beweezen door Prof. Venema, H. E. T. 3. Sea. 2, § 10. p. 355. hoewel Prof van Voorst nogonlangs aan eenen anderen brief, te weeten die ad JPhilipp. twijfelde, Haagsch Genootf. voor 1788. p. 396.

Jn den brief aan Polijcarpus fchrijft hij: „ De genade „ zij met hem tot alles (e«i «mj) in onzen God Jepus „ Christus "! En Polijcarpus zelve deedt dit gebed op den brandltapel: „ Waarachtig God! U verheerlijk ik met „ uwen geliefden Zoon, den eeuwigen cn bovenhemcl„ fchen Jesus Christus, met welken U en den H. Geest „ zij heerlijkheid nu en in de toekoomende Eeuwen"! men zie Ecclef. Smijrn. de Mart. JPoiijcarpi, apud Ittigium, Bibl. Patr. p. 4. Justinus Mart. Expof. fid. „ De Éénheid wordt verdaan . „ in de Dricheid en de Driehcid erkend in de Éénheid. —

„ Hoe

Sluiten