Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X a«5 X

niets dan Jesus eer, de zuiverheid van de rechtvaar'

êiging dei geloofs, en de zaligheid der zielen, ten

oog-

„ Hos dit zij wil ik aan anderen niet ondervraagen, noch „ zelve met een aardfche tong van deeze verborgenheid „ uitlegging geeven: het is geen mensch gegeeven de „ hoogftc en gezeegende Natuur, Godsweezen, te be„ grijpen ".

Zommigen ontkennen wel de echtheid van dit Stuk, maar andere hebben dezelve verdeedigd, vergel. Sijlburg, Not. ad Just. p. 31, althands, dat het van veel laater tijd zij heeft niemand ooit beweezen,

Apol. 2. p. 53 (welke hij Anno 140 fchreef) „ Jesus „ Christus is eigenlijk, de ééne en èénige Zoon , uit God „gebooren, de Reden, de A«»/»s, de Eerstgeboorene en „ de kracht Gods, die ook, door ziincn raad en wil, om „ het menschlijk gellacht weder op tc richten en te herftel„ len, mensch geworden is "..

Nog eens, Expof. fid. p. 379. „ wie is zoo verkeerd „ te twijfelen, wegens hunne onderlinge gemeenfehap aan „ net Weezen? («V/») derhalven betaamt het ons te belij„ den Eénen God in den Vader, den Zoon en den H. Geest, „ bekend gemaakt als Vader, Zoon en H. Geest De Per„ foonen (**«■««■«»«) der Eéne Godheid erkennende; maar „ als God de gemeenfehap der Perfoonen ( iTrerünm) naar „ het Wcezen 0«t' aV/*») in onze ziel verftaande".

Lang voor Jusitnus fchreef Plinius Secundus aan Trajanus, L. 10, Ep. 93. dat de Chriftenen Lofzangen voor Chbistus, als God, zongen, men zie Le Moijne, Var. Sac. T 2. p. 142-145. Vossil-s, Opusc. Var. argum. YPP' 4- P- 58. en de Nederd. Leezer vindt dien brief in de Nieuwe Vaderl. Letteroeff. T. 1. St. 2 p. 273. Irenaeus , Adv. Haeref. L. i. C. 2 p. 20, fchreef: „ De „ Jienc heeft van de Apoftelen en derzelver Leerlingen dat „ geloof ontfangen, het welk is in éénen God, den Al„ magtigen Vader, die den hemel, de aarde, de zee, en „ alles wat daar in is, gefchaapen heeft; en in éénen Jem sus Christus, vleesch geworden tot onze zaligheid, „ Gods Zoon zijnde; en in den H. Geest, die door. de „ Propheeten Gods beveelen verkondigd heeft".

Zijne getuigenisfen zijn zoo klaar, dat Priestleij zelve, T. 1 p. 93, 94 f niet heeft durven loochenen, dat Jheophilus, Tatianus, en Irenaeus, het woord Drictennetd, reeds in de tweede Eeuw, gebruikt hebben.

R 5 Ter-

Sluiten