Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 366 ):{

oogwit heeft; men toone onderfcheidenlijt aan, dat de fpotternijen laf, — de bedenkingen ongegrond, —

de

Tertullianus>-, wiens leeftijd Prof. Sax omtrend het Jaar 2CO ' fielt, Onomaft. T. p. ƒ>. 339> fchreef:

De Trinit. „ Niemand zal kunnen behouden worden „ van den Vader, ten zij hij beleeden heeft, dat Chri„ stüs God is ".

Contra Praxeam. p. 635- fpreekt hij van „ De verbor„ genheid der huishouding, welke de Éénheid tot Dne„ éénheid fielt ( Unit at em in Trinitatem difponit.) fchik„ kende deeze Drie, Vader en Zoon en H. Geest, doch „ drie niet in flaat, maar in tet-orde Qgrcdu kan bier niet „ anders vertaald worden om het geen 'er volgt) niet in „ weezen, maar in manier, niet in magt, maar in zoort, „ zijnde dus van één weczen, éénen flaat, éénc magt, „ om dat het één God is, waar in men die orde, ma„ nier, en zoort, onder de benaaming van Vader, Zoon „ en H. Geest befchouwt, of, uit wien zij afgeleid wor„ den (.Ex quo deputantur.")

En C. 2. noemt hij dat Trinitas adunita, volmaakt veriénde Drieéénheid. Cijrillus van' Alcxandrien, omtrend Anno 430, of wie anders de Schrijver is van den Thefaurus, L. 2. en L. 5. C. 7. fchreef daarom, naar die oude Leer: „ De onfterflijk„ heid, verlooren door Adam , kon geen mensch wederik geeven, dus is het noodzaaklijk geweest,dat Gods Zoon „ zelve, die, ongefchapen was, naar zijne Natuur, een _ mensch zou gefchaapen worden, op dat hij ons, naar „ het welbehaagen des Vaders, den mensch hebbencic aan„ genoomen, vernieuwen en van den dood verlosfen „ zoude". , ,

In het tweede Sijnode van Anttochten, Anno 270, werut aan Samosatenus, eer men hem veroordeelde, deeze Verklaaring voorgefleld: „ Wij belijden onzen Heere Je„ sus Christus , wel voor de eeuwen uit den Vader door

den H. Geest, maar in de laatfte tijden uit eene Maagd, " naar het vleesch, gebooren, flechts in Eén perfoon be' ftaande, uit de hemelfche Godheid en menschlijk vleesch

veréénigd, geheel God en geheel Mensch. Geheel God ' ook met het lichaam, maar niet God naar het lichaam. „ Geheel mensch ook met de Godheid, maar met mensch „ naar de Godheid. Wederom geheel aanbidlijk, ook met

het lichaam, doch niet aanbidlijk naar het lichaam; ge*' „ heel

Sluiten