Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 271 X

willig ongeleezen laaten. En men befluite alles met de Confcientien en het innerlijk gevoel der menfchen

zelve

geleerdheid van Tustinus, naar den aart dier tijden, vooral tegen Clericus , bij den Hoogleeraar Joach. Just. llAÜ,Diatribe, de philofophia 'Jujl. M. & Athenagorae. § 6. p. 14. Jena Anno 1733.

CijPRrANus, de oper. & eleemof. p. 123. „ Lieve Broeders! „ veele en groot zijn de weldaaden, waar door God de ., Vader en Christus onze zaligheid uitwerken, dat de „ Vader ons den Zoon gezonden heeft, om ons te her„ ftellen, en Hij heeft wel willen Gods gezonden Zoon „ en de Zoon des menfchen zijn, op dat hij ons kinderen „ Gods zou maaken; hij heeft zich vernederd, op dat hij het ,, volk, dat geboogen lag, op zou richten; is gewond ,, om onze wonden te geneezen; heeft gediend om dienst„ baaren in vrijheid te ftellen; en heeft willen fterven, op ,, dat hij door zijn fterven aan fterflijken de onfterflijkheid „ geeven zoude ".

Id. de Orat. & Ep. 8. „ Zoo groot is des Heeren goedertierenheid voor onze zaligheid, dat hij ons door zijn bloed verlost heeft. Hij heeft onze zonden gedraagen ".

Cijrillus van Alexandrien, Thef. T. 2 L. 10. C. 3. ,, Christus heeft alles geleeden, op dat hij ons van alles' ,, verlosfen zoude. Gelijk dan, zo hij niet was geftor,, ven, de dood niet zoude te niet gedaan zijn , zoo ook, ,, indien hij niet in vreeze geweest was, zouden wij van „ de vreeze niet bevrijd zijn, zo hij niet bedroefd was ge„ weest, onze droefheden zouden niet hebben opgehou,, den". —

Meer diergelijke getuigenisfen van Cijprianus, Ep. L. 4. Athanasius Orat. in Arrian. 3. Eusebius in Pf. 22. Basilius M. Opp. T: 2. p. 314. en in Pf. 48. p. 240. Gregor. Nazianz, Orat. 4, 5, &c. Gregor. Nijssen, T 2.p. 470 & T. 3. 283, Ed. Parif. Anno 1638. vindt men bij Velingius tegen Priestleij, en veel fchoons uit JoNATrus , bij Segaar, Ibid. — waar#bij men voege het Betoog, dat de oude Kerkvaders een recht denkbeeld van de voldoening van Christus gehad hebben , zoortgelijk met. ons gevoelen, bij den Heer Nieuwland, Led. Mem. T. 4. C. 8. § 1. p. 275 waar men ook, C. 19. § 1. p. 801, oc vraag beantwoord vindt, of, en waarom Chrifius, geduurende zijne omwandeling op aardet zich, aangaande den

weg

Sluiten