Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 274 X

goen en zonder vrije Genade, ftrijdig is met de volmaaktheden des Eeuwigen , en pnbereekend voor de

be-

„ en door Wonderkracht beveftigd". Vreemde uitleg! doopt men ook «ij to ó'yofise in den naam van ' den Godsdienst? De Oudvaders verftonden het anders. Justinus Martijr, Jpol. 2. p. 94, noemt het: „ In den naam van „ God den Vader den Heer van alles, en van onzen Za„ ligmaaker Jesus Christus en van den H. Geest". En hij verklaart het, Quaejl. & Refp. ad Orthod. p. 417, „ In den naam der Drie-éénheid gedoopt zijnde worden zij „ gerechtvaardigd ". Breeder verklaart het Gregorius, de. Bisfchop van Nijsjen, Anno 370, over Mattli. 28: 19. „ Hoe in den Vader ? om dat hij is de beginner van alles: „ Hoe in den Zoon ? om dat hij de bouwmeefter der w Schepping is: Hoe in den H. Geest? om dat hij de vol„ maaker van alles is ".

e.) En wat is duidlijkcr over de werkingen van den H. Geest, dan de taal van : Chrijsosthomus, T. 5. Homil. 98. „ Wat hebben wij, dat „ tot onze zaligheid behoort, het geen ons niet door den „ Geest gegeeven is ? Door den Geest worden wij van dc „ dienstbaarheid verlost, tot wijsheid geroepen, tot de. „ aanneeming gebragt, uit den hemel herfchapen, endoor ,i den Geest leggen wij bet onreine juk der zonden af".

Id T. 6. Homil. 2. de Poenit. „ Wij brengen onze „ bckeering niet tot God, maar God zelve heeft ons die „ gefchonken".

7.) Over den afgefcheiden ftaat. Justinus Mart. Quaejl. ad Orthod. „ De zielen der vroo„ men, zo haast zij fcheiden uit de lichaamen , worden „ gevoerd in het paradijs cn zijn bij den Heere tegenwoor„ dig, maar de zielen der godloozcn worden gefleept naar „ de bel."

£hrijsosthomus , Homil. 44 in Joün. „ Ik fchaam mij de. . „ Chriftenen te onderhouden over de Qpftanding, want die „ geleerd moet worden, dat 'cr eene Opftanding is, die „ is voorwaar geen Chriftcn ".

De Leezcr zie uit 'deeze Proeve, die ik nog merkelijk vermeerderen en uitbreiden kon , ook tot andere waarheden, hoe leugenachtig de Beftrijding is, die met fchijn van geleerdheid verblindt en de menfchen wijs maakt, dat dc grondwaarheden van het Chriftendom bijvoegzelen zijn der laatcre Eeuwen, en onbekend aan de eerfte Vaderen. ' • Ik

Sluiten