Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 2S3 x

Eockoomst van Jesus Christus , die, in weerwil van lachen en verzondigen, vast nadert, en waar in Gij en Ik ftaan zullen voor het aangezicht van den Zoon des menfchen, daar verlaaten ons alle uitvluchten, aiIe voorwendzels, en ons Lot beflist zich naar dit woord,. het welk wij U prediken. Mijn eigen behoud zou ik dan moeten verwaaiioozen, ü zou ik niet moeten liefhebben, bij aldien ik tegen de Verleiding U niet waarfchuwen, U niet wapenen zou; zo ik U niet ernflig en telkens bidden , in den naam van God, en bij de liefde uwer zaligheid bezweeren' zou, dat Gij toch op geenerlei wijze, om den naam van fchranderheid of om het genot der zonde, deel neemt aan de bezondiging tegen den Zoon van God, of aan de ontheiliging van het bloed der verzoening, waar in wij U de vergeeving der zonden en de bekeering tot God verkondigen!

II.' Ën dit leidt mij tot deeze tweede aanmerking, die ons allen raakt ■ „ Zo iemand Gods wil begeert te 'doen, die zal van onze Leer beken„ nen, dat zij uit God is." De wil van God is onze Heiligmaaking •■ Zijne eïfchen, gegrond op onze afhanglijkheid, erkend door de Reden, gevorderd door de Billijkheid, aangedrongen door zeegenende en verpligtende Weldaadigheid, en bedoelende ons geluk en vergenoeging, zijn niets minder dan alles, wat onder het denkbeeld van deugd, van godverëerende zielsneigingen , tedere godvrucht, werkdaadige godzaligheid, burgerpligt, menfchenliefde, eerlijkheid en braafheid is begreepen : de ziel voor God, het hart bij den pligt; zeggen wat wij meenen; doen wat wij zeggen; betrachten wat wij moeten; volharden in het geen wij wèl beginnen; en minder voor den dood dan voor de zonde te vreezen, zijn de voorfchriften, waar mede wij de gee-

nen,

Sluiten