Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S8 DE NATUURLYKE HISTORIE,

Zodra het de eerfte koude voelt, begint het zyne winterprovifie te verzaa melen; het gaat byna op dezelfde wyze te werk als de polatouche, en beproeft eerft alle nooten, of de pit goed is, bevorens het dezelven in zyne bewaarplaats brengt; die, welke het niet goed vindt, worden niet opgeüaagen.

Het is een wyfje; weegt twee pond en vier loot: de lengte van zyn lig■ haam, in eene regte lyn, en over het leevendige dier gemeeten, is een voet, een duim en vier lynen: de ftaart is van dezelfde lengte als het lighaam; en de ooren hebben de lengte van een duim.

Thans is van deze foort nog een leevendig mannetje hier ter fteede, omtrent van dezelfde grootte, gelyk het voorgenoemde wyfjé; maar het verfchilt daarvan in kleur, en is in plaats van donker blaauwagtig-grys, ligtgrys, en van onder het hoofd tuffchen de voorpooten, onder den buik en de agterpooten, tot aan den ftaart toe wit, als ook de voorpooten tot aan den elleboog en knie.

Sluiten