Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i96 DE NATUURLYKE HISTORIE,

fcben philander QPl. XXXVIII, fig. i), waarvan hy voor het overige geene melding maakt in de befchryving der beide anderen , en waarvan hy niet fpreekt dan na Francois Valentyn, een Schryver, die gelyk wy reeds gezegd hebben, weinig" vertrouwen verdient; ook is dit derde dier hetzelfde als de beide eerften: het komt ons dus voor dat deze drie dieren der XXXVI, XXXVIII en XXXIX Plaaten van Seba 'er flegts een uitmaaken; daar is alle waarfchynelykheid voor dat de Teekenaar, niet zeer oplettend zynde, eenen puntigen nagel aan de duimen der agterfte voeten gelyk aan de duimen, van de voorfte voeten en aan de andere vingeren aan de afbeeldingen der XXXVI en XXXVlil Plaaten zal gemaakt hebben, en dat hy naauwkeurigar oplettende in de tekening der XXXIX Plaat, de duimen der agterfte voeten zonder nagels, en zo als ze indedaad zyn, zal afgebeeld hebben. Wy zyn dan overtuigd dat deze drie dieren van Seba flegts individus van dezelfde foort zyn • dat deze foort dezelfde is als onze farigue; dat deze drie individus flegts van 'eenen verfchillenden ouderdom waren, dewyl zy flegts van malkanderen verfchillen door de grootte des lighaams en door eenige fchaduwingen van de kleur, voor namelyk door de tint der vlak boven de oogen, die geelagtig is by de jonge fariguen, zo als die van de XXXVI Plaat van Seba, fig. i enz., en die bruiner is by de volwaflen fariguen, zo als die van Plaat XXXIX ;eQt\ verfchil dat daarenboven kan worden voortgebragt door den meer of min langen tyd dat het dier in raoutwyn bewaard is, want alle de kleuren van het hair worden in geeftryke- vogten door den tyd flaauwer, Seba bekent zelf dat de beide dieren van zyne XXXVI Plaat, fig. ten 2, en van zyne XXXVIII fig i, flegts door de grootte en door eenige meerdere of mindere donkerheid van kleur verfchillen (c); hy bekent ook dat het derde dier, dat is te zeggen dat van Plaat XXXIX, niet van de beide anderen verfchilt dan daarin dat het grooter is, en dat de vlak boven de oogen niet geelagtig is, maar bruin: het fchynt ons dus zeker te zyn dat deze drie dieren 'er flegts een enkeld uitmaaken, dewyl zy flegts zulke kleine verfchillen tuffchen den anderen hebben, dat men dezelve voor zeer geringe verfcheidenheden moet aanzien, en wel met te meer reden en te grooteren grond om dat de Schryver geene melding maakt van het eenig kenteken dat dezelve zoude hebben kunnen onderfcheiden , namelyk van dien puntigen nagel aan de agterfle duimen, welken men aan de afbeeldingen der beide eerften ziet, en die aan den laatften ontbreeken: zyn ftilzwygen alleen omtrent dit kenteken bewyft. dat dit verfchil niet wezendlyk beftaat, en dat deze puntige nagels aan de agterfte duimen in de afbeeldingen der XXXVI en XXXPIIIPlaat flegts aan de onoplettendheid van dtp tekenaar moeten toegefchreeven worden. „ Seba zegt dat, volgens Francois Valentyn , deze philander, Plaat XXXVIII, van de grootfte foort *' is welke, men in de Ooft-Indiën, en vooral by de Maleijers aantreft, al2 waar men denzelven pelander Aroé, dat is te zeggen konyn van Aroè noemt, fchoon Aroé niet de eenige plaats is, alwaar men deze dieren vindt; datzyge-

• (t) Eft autem femella baecce Americanis Pbilandris foeminis quam fimillima, nifi quod pilis i dffrjalibus aliquantulwn faturatiusjujcis veftita, fcffoto babitu proceriorftt Hits. Seba Fol. I. psg.tfu.

Sluiten