Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i38 DE NATUURLYKE HISTORIE

ringen prys aan de Arabieren van de woeflyn weder verkoopen, om hen op nieuws vet te maaken.

De Ouden hebben gezegd, dat deze dieren in ftaat zyn om op den ouderdom van drie jaaren fj>) voort te teelen;dit koomt my twyffelagtig voor; want op drie jaaren hebben zy nog de helft niet van hunnen groei (q). Het mannetjes teellid (r) is, gelyk dat van den ftier, zeer lang en zeer dun; in de oprigting ftrekt het zig, gelyk dat van alle andere dieren, maar in den gewoonen ftaat gaat de fchede agterwaards en de pis wordt tuffchen de agterfte beenen uitgeworpen f7), zodat de mannetjes en de wyfjes op dezelfde wyze pisfen. De jonge kameel zuigt de moeder een jaar lang (Y), en zo men hem wil fpaaren om hem in 't vervolg fterker te maaken, laat men hem de twee eerfte jaaren vryelyk zuigen en weiden, en men begint hem niet dan op den ouderdom van vier jaaren te belaaden en te doen werken f»,hy leeft gemeenlyk veertig en zelfs vyftig jaar (v), en dewyl deze levens-duurzaamheid reeds meer dan evenredig is met den tyd van zyn groei, is het zonder eenigen grond, dat eenige fchryvers verzekerd hebben dat hy tot honderd jaaren leefde.

Alle de hoedanigheden van dit dier, en alleen de voordeden, die men daar van heeft, onder een oogpunt te famentrekkende, zal men zig niet kunnen weerhouden, het zelve aan te merken als het nuttigfte en dierbaarfte van alle fchepzelen die den menfeh onderworpen zyn. Het goud en de zyde zyn niet de waare rykdommen van het Ooften ; het is de kameel die de fchat van Afia uitmaakt, hy is waardiger dan de olyfant, want hy werkt, om zo te fpreeken, evenveel, en verteert miffchien twintig maal minder;daarenboven is de geheele foort onderworpen aan den menfeh, die dezelve voortplant en vermenigvuldigt naar zyn welgevallen, terwyl hy geen meefter is van des olyfants als welken hy niet kan vermenigvuldigen, en waarvan hy de individu's een voor'een met moeite moet magtig worden. De kameel is niet alleen meer waard dan de olyfant maar miffchien zo veel als het paard, de ezel, en het runddier, alle drie te famen; hy draagt alleen zo veel als twee muil ezels;hy eet zo weinig als de ezel, en voedt zig met even grove groente; het wyfje verfchaft langer tyd melk dan de koe (w), het vleefch der jonge kameelen

Incipit 6f mas & fmmina coïre in triinatu. Arht. bijl. anim. Lib. V. c. XIV.

(fl)In 1752 zagen wy een wyfjes kameel van drie jaaren, zy hadt nog de helft haarer hoogte niet. Hift. Nat. des Anim. par M. Arnault de Nobleville & Salerne, tam. IV. pag. 126 en 130. ^

(r) Schoon de kameel zeer groot is, heeft zyne roede, fchoon ten minden drie voetlang, niet meer dan de dikte van een pink. Voyage «"Olearius, tom. I. p. 554.

•(ƒ■) D*e kameelen piflen agterwaards, zodat hy, die agier hen is, zo hy niet oppaft, ge. heel nat wordt. Cosmograpbie du Levant par Thevet, p. 74 — De kameel pift agterwaards tegenftrydig met andere mannelyke dieren. Voyage de Villemont. pag. 688.

ft} Separant prolem a parente annkulam. Aristoteles Hift Anim. lib. VI. cap. XXVI.

(u) De kameelen welken de Afrikaanen Hegin noemen, zyn de grootfte en zwaarfte, maar men belaadt hen niet voor dat zy drie of vier jaar oud zyn. L'dfrique de Marmol , tom. I, pag. 48

Oo) Camelus vivit diu, plus enim quam, quinquaginta annos. Arist. Hift. Anim lib. VI. cap. XXVI. „ . . . „.„ A

(w) Parit in vere, lac fuum usque eo fervat, quo jam concepent. Arist Hijt Anim. lib) VI. cap. XXVI, tt Fvmina poft partum interpoftto anno cett. Idem lib. V. cap. XIV.

Sluiten