Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i4<J DE NATUURLYKE HISTORIE

flegts eenen mond kan hebben, onderwerpt men zig aan het aangenoomen gevoelen.

De eerfte maag (AB, PI. XI en XII) van den dromedaris kan vergeleeken worden met den pens van andere herkaauwende dieren,door zyn grooten omtrek , en hy moet daar den naam van draagen: want zy is een waare pens, dewyl men daar het hooi in zyn geheel in vindt zonder gekaauwd of verteerd te worden; deze pens heeft geene duidelyke tepels noch wolligen rok aan zyne binnenfte wanden, maar deszelfs vliezen maaken holligheden.

De zak (N) die aan het bovenft gedeelte van de linker bolrondheid van den pens vaft zit, hadt ook holligheden die in deze vliezen gemaakt waren, en die zig in deszelfs binnenfte wanden openden: deze holligheden waren in een veel grooter getal dan die van den pens, want zy vervulden byna de geheele holligheid van den zak waar van wy fpreeken, daar bleef flegts een doortogt voor de fpyzen in over; zy zyn op zulk eene wyze gemaakt dat zy water kunnen inhouden; en in de daad heb ik gevonden dat zy daarmede vervuld waren. Na den pens geopend te hebben, beneven den zak die daar aan vaft zat, deed ik daar al het hooi uitneemen, waarmede zy gedeeltelyk vervuld waren, en ik geloofde dezelve volkoomen ledig te zyn, toen ik die omkeerende en in verfchillende rigtingen drukkende, uit de holligheden die tusfchen derzelver vliezen bevat zyn, eene groote hoeveelheid water zag loopen ; het kwam als uit eenen bron voort, naar maate men de opgeblazenhedennederdrukte die op de uitwendige wanden van den pens zitten,en zo dra men ophieldt die opblaazingen neder te drukken,. liep het water in de holligheden der binnenfte wanden te rug, en verdween geheel en al; daar liep nog meer water uit den zak die aan den pens vaft zat, dan aan den pens zelven. Ik geef aan dien zak den naam van verlaatbak, omdat het water daar in blyft huisveften, terwyl de fpyzen daar flegts doorgaan. Deze waarneeming maakt waarfchynelyk het geen men wegens de kameelen en dromedarilfen gezegd heeft, welken de Reizigers den buik openfneeden om water uit hunne maag te haaien , wanneer zy geenen anderen toevlugt hadden om laaffenis te bekoomen in de brandende woeflynen van Afia en Afrika,-in de daad,ik heb in den verlaatbak en in de holligheden van den pens twee of drie pinten van een vry helder en byna fmaakeloos water gevonden, dat men zoude hebben kunnen drinken, fchoon het dier reeds tien dagen dood geweeft was, en men het na zynen dood op een kar ten minften vyftig mylen verre vervoerd heeft; dit water zoude beter en in eene grootere hoeveelheid voorhanden zyn in een dromedaris dien men aanftonds opfneedt, na hem gedood te hebben. Het fchynt my toe dat het dier naar zyn zin water uit den verlaatbak kan doen loopen, met denzelven zamen te drukken door de werking der fpieren van die maag of van die van den onderbuik, en hetzelve in den pens doen vloeien naar maate hy zulks noodig heeft, om de fpyzen te bevogtigen welke hy gebruikt heeft, wanneer hy geen water vindt om te drinken; en die zelfde fpyzen wel bevogtigd zynde kunnen hem laaven door van den pens tot naar den bek op te klimmen, geduurende den tyd van de herkaauwing,- ook is het wel zeker dat de kameelen en de dromedarilfen eenen langen tyd zonder drinken kunnen doorbrengen; en wanneer zy water vinden, drinken zy daar eene groote hoeveelheid van, waar-

Sluiten