Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DEN MOUFLON EN DE ANDERE. SCHAAPEN. 215

denzelven zo lang en zo zwaar hebben O),dat men hen een klein kruiwagentje geeft om denzelven, terwyl zy gaan, te draagen; in de Levant is dat fchaap met een zeer fchoone wol bedekt, in heeter landen gelyk in Madagaskar en de Indien (b) is het met hair bedekt (7); de overvloed van het vet, dat zie in omze ichaapen by de nieren zet, daalt in deze fchaapen neder tot in de wervelbeenderen van den ftaart; de andere deelen van 't lighaam zyn 'er minder van belaft dan m onze vette fchaapen; het is aan 't klimaat, aan het voedzel, en de zorgen van den menfeh dat men die verfcheidenheid moet toefchryven • want deze fchaapen met breede of lange ftaarten zyn huilfelyk gelyk de onze* en zy hebben zelfs veel zorg en oppaffing noodig; derzelver ras is veel meer verfpreid dan dat van onze fchaapen; men vindt het gemeenlyk in Tartarye <T), 111 Perfie (7), in Syrië f», in Egypte f», in Barbarye, in Ethiopië, m Mozambique, op Madagaskar (0), en tot aandeKaapdeGoede-hoop(>).

(g) Ovis Arabica altera. Ray Syn. Quadr. pag. 74.

Artes laniger cauda longiffima.... Ovis longicauda. La brebis & longue queue. Brïsso» Regn. anim. pag 76. Nota, De Hr. Ray en Brisson maaken van dit fchaap met den langen-, en van dat met den breeden-ftaart twee verfchillende foorten; Link^us heeft dezelve zaam» g rï^i', V"afc^ennt;den ™n dezelfde foort, waarin wy 'c met hem volmaakt eens zyn.

(6) Het eiland Madagaskar voedt fchaapen met groote ftaarten; daar zyn *er die twintig ponden weegen, zynde belaaden meteen vet. dat niet fmelt, en dat zeer lekker is om te

eeten; die fchaapen hebben wol als geiten hair. Voyage de Flaccourt , pag. * Het

vleefch der jonge wyfjes en van de gefneedenen, is uitmuntend goed van fmaak, Idem pag. 151.

(i) De fchaapen der Tartaaren, gelyk ook die van Perfie, hebben een dikken ftaart, die geheel vet, en twintig of dertig ponden zwaar is; hunr.e ooren zyn hangende gelyk die onzer

krulhonden, en zy hebben een platte neus. Foyage ^'Olearius , tom. I. pag 321 De

Ichaapen in ooftelyk Tartarye hebben den ftaart van tien of twaalf ponden zwaarte; die ftaart is niet dan één klomp vet, dat zeer lekker is; de beenderen van denzelven zyn niet dikker da.i die van den ftaart onzer fchaapen. Relation de la grande Tartarie, pag. 187. . De fchaapen der Provintiën, die door de Calmukfche Tartaaren beflaagen worden, hebben den ftaart verborgen in een kulFen van verfcheiden ponden. Idem pag. 267.

(k~) De ftaart alleen van een dier Ferfiaanfche fchaapen weegt zomtyds tien of twaalf ponden , en geeft vyf of zes ponden vet, en hy is van een tegenftrydige gedaante met die van onze fchaapen, zynde breed om laag, en fmal van boven. Foyage de Ta vernier, tom II. pag. 379.

(0 Ik heb in Syrië, Judea, Egypte, den ftaart der fchaapen gezien, zo dik, lang en breed, dat dezelve dertig en meer ponden woog, en evenwel zyn die fchaapen niet veel grooter dan die van Bern, maar veel fchooner en de wol veel beter. Fo\aee de Villamont, pag. 629. J 6

(w) Daar zyn in Ethiopië zekere fchaapen welker ftaart vyf-en-twintig pond en meer weegt.... en andere welker ftaart een vadem lang, en als een wyngaardrank gedraaid is, met een hangenden hals als die der ftieren. Foyage de Drack, pag. 85

60- Smt.iM °vts>W<* upa quarta parte abundant: ir.tegram enim ovem fi quadrifide fecaveris pracife qmnque partibus plenarie conflabit. cauda fquidem, quam labent tam lata, cralTa R pinguts ejt, ut ob molem reliquis par fit. Hlg, Limt£cot, Navig. P. II. pag 10

(0) Het eiland St. Laurent (Madagaskar) heeft overvloed van vee; de ftaart dér rammen en fchaapen is verwonderlyk dik en zwaar; wy kreegen 'er een, die agt-en-twintig ponden woog. Foyage de Pyrard, tom. I. p. 37. 6h

(p) Het fchaap aan de Kaap heeft niets opmerkelyks dan de langte en dikte van zyn ftaart; die gemeenlyk vyftien of twintig ponden weegt; de Peifiaanfche fchaapen egter, die gemeenlyk kleiner van lighaam zyn, hebben nog grooter ftaarten; ik heb 'er zelf van dezen aan de Kaap gezien, welker ftaart ten minften dertig ponden woog. Descript. du Cap de Botme.efperance par Kolbe, tom. II, pag. gj. art jt

Sluiten