Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48

DE NATUURLYKE HISTORIE

De zaadballen zitten niet in een balzak van buiten; zy zyn van binnen in het lighaam, en vertoonen zig niet uitwendig ;men kan dezelve door de dikte van het vel heen voelen. Dus is alles wat tot de teeldeelen behoort,binnen in 't lighaam verborgen, behalven in den bronftyd; zo dezelve uitwendig uitbraken zouden de dieren zig ligtelyk hebben kunnen kwetfen onder het zwemmen, of terwyl zy zig over den bodem der rivieren, die ongelyk en met rotfen bezet is, voortfleepten.

In het wyfje is beneden den ingang van de vagina, of lyfmoeder- fchede, een blaasje of zakje dat omtrent twee duimen diepte heeft, maar waarin men van binnen geene opening zien kan; het gelykt vry veel naar dat van de hyena, behalven dat het onder het vrouwelyke deel is. Dit wyfje heeft geene hangende mammen, maar alleenlyk twee kleine tepels, wanneer men dezelve drukt komt 'er eene zoete melk uit, die zo goed is als koeije - melk.

De beenderen van het rivierpaard zyn ten uiterften hard;In een been van de dye, dwars doorgezaagd, vondt men een kanaal van vyf duimen langte en tien lynen middellyns, vry veel gelykende naar de holte, die het merg bevat; Daar was egter geen merg in onmiddelyk na den dood van het dier, maar men zag 'er een zeer hard lighaam in, waarin men meende bloed te bemerken.

De breedte van den voorvoet is gelyk aan deszelfs lengte; de eene en andere is van tien duimen en negen lynen in deszelfs beide afmetingen. Die voeten zyn gefchikt om te zwemmen, want de vingers kunnen zig bewegen, malkanderen naderen en naar beneden plooijen: Derzelver nagels zyn wat hol gelyk de hoeven van andere dieren. Het onderst van den voet is eene zeer harde zool, door eene diepe kloove van de vingeren afgefcheiden; zy ligt niet volmaakt vlak of horizontaal, maar met eenige helling, als of het dier onder 't gaan zyn voet aan de eene zyde wat meer gedrukt hadt dan aan de andere; ook ftaan alle deszelfs voeten een weinig bm'renwaards gekeerd. Dewyl het korte beenen en de gewrigten zeer buigzaam heeft, kan het zyne beenen tegen het lighaam aanleggen en drukken, het geen het zelve de bewegingen voor het zwemmen des te gemaklyker maakt: deHr. Gordon, door eenige manfehap geholpen, heeft een groot rivierpaard, buiten 't water, op een vlakken grond, even als een ton voortgerold,zonder dat de voeten daar een merkeh/k beletzel in maakten.

Schoon de rivierpaarden een gedeelte van hun leven in 't water doorbrengen, hebben zy egter het ey-wyze gat in den trommel gefloten. Als zy tot hunne volkomen grootte zyn gekomen,is de langfte middellyn van hun hart, van een voet.

Hunne maag fchynt eenige overeenkomst te hebben met die der herkauwende dieren; zy kerkauwen egter niet: hunne hondffcanden zyn een beletzel voor de bewegingen, die tot deze bewerking vereifcht worden; en daarenboven zouden zy in het water, daarin zy een gedeelte van hun leven moeten doorbrengen, niet kunnen herkauwen. Voeg hier by, dat hunne uitwerpzelen niets dan kwalyk vermaalen groente vertoonen.

Sluiten