Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DE GAZELLES. 153

wy hebben verfcheiden van deze famengroeijingen gezien,waar aan men den naam van aapen • bezoard geeft, en die famengroeijingen zyn alle verfchilende van den oofterfchen bezoard, die zekerlyk van een herkauwend dier koomt en welken men door zyne gedaante en zelfftandigheid ligtelyk van alle andere bezoards kan onderlcheiden. Deszelfs kleur is gemeenlyk olyfgroen, bruin van buiten en van binnen, en die van den bezoard, welken

m?mWj- ;ff^en, n°Cmn' 13 van een b,eek> meer °f min vuil, geel. De zelfftandigheid der eerfte is zagter, mergagtiger, tederer; die van de laatftenis harder drooger en, om zo te fpreeken, meer verfteend: daarenboven, dewyl de oofterfche bezoard verbazend getrokken wordt, en men daar in deze laatlte eeuwen eene groote vertiering van Pemaakt heeft dewyl men 'er zig in Europa en in Afia van bedient heeft in alle gevallen , waarin thans onze Geneesheeren hartfterkende middelen en tegengiften gebruiken , zo moet men uit die groote hoeveelheid welke men daar van gebezigd heeft en nog bezigt, befluiten, dat deze fteen van een zeer gemeen dier moet koomen, of liever dat hy niet koomt van een enkel foort van dier, maar van verfcheiden dieren, en eveneens gehaald wordt uit gazelles , tut bokken of geiten , en uit fchaapen, maar dat deze

/«V/^Gesnerus ,Tavernier, &c.) Rumphius in Mufeo Amboin. refert,Ihdas in rifum effumh aUdtentet, quod'Europa fibi imaginentur, lapides bezoardicos in ventricUicapra rum fylveftrium generari; at contra ipfos affirmare, quod in Simiis crefcan,t , Zfcils 7n> terim,quanam m fpecie fimiarum an in Bavianis diSis, an vero in Cercopthe ? 2 tarnen id certum cffe, quod ex Succacfana &> Tambas, fttus in infula Borneo, aclffrantuibique a montieohs conquifiti vendantur iis, qui littus accolunt hos vero poflefhresak rere quod m certa Simiarum vel Cercopithecorum fpecie hi lapides nafcantur adder e tf£ermi lndos quod vel ipfi ilU monticol* originem & loca natalia ho/umce lakdZnondum propè explorata haheant. SHfcitatus fum fapijfimè ab i/lis, qui lapides iftos ex Indiiscr ë. talibushoctransferunt, quonam de animali, & quibus è locis h prov niant; fedni,hilintZl'P MXP-fTl> ™?<eüsMs co»ft^quidpiam, nifi quod fatten a\Va\ ,s a clmefdar'i „fl'df*- ^/"f^fiuhs inter &fphericosfeu MongorLndos,atquerén^ormes , dart qdtd difcrimims flatuunt. At imaginarium hoe efl. Ncque enim ulld ratione tntrinjecus aifferunt ,quando confringuntuï „«tinpUlvefem teruntur ;modo füerint eenuini nee adulteran pve ciemum ex fimiis aui capris fylveftribus, aliifve proveniant an/maU bus Gaudent hi lapides mmtntbus,pro varietate lingnarum ,variis\Lufitani Ct Cahga de Bufio; Smenfibus , Gautfio; Maleitis , Culiga-Kaka: Per Be p7r™rJ, n,r har; Arabibus Albazar & Berzuaharth; Lufitanis, India St, ffi^LapÊ Simiarum , juxta Ksmpfen teftimonium, vocantur.... Credibile efl nafci eo/d'emiufloZ cio quum plerumque in centra flraminum lignorumve particula, nuclei, aut lat!II V ahafimtha, mventantur,tartquam prima rudimenta, circum quos acris, viseofa materie KT, lamellatm appheat, & deinceps, Crujtx inftar, magis magifque auüain lapidem durefcit Pro varietate viiïus quo utunturanimalia, ipfa quoque lamella vdrtant^Siffc niutuo adpofita , fenfimque grandefcentes Fraêtu ha facile feparantur & per dteUZ fape ftatum ita a fe mutub fuecedunt ut deeorticatum relinquant lapidem, lavi iterum % quafi expolita fuperfiue confpicuum. Lapides bezoard, Wis è locis India orientalis venientes quibus cum Brittanms commereium intercedit ,pro parte minuti funt & rotundi 1' urn que quandam fpeciem in centro gerunt. Alii vero tenuiores & dblongi , intus'co' nën% ftraminula, nueleos daaylorum, femina peponum, & ejufmodi, qüib«s*fimfilex faïtemaui geminum venlapidis ftratum, fat is tenue, circumpofitum eft.Unde in hiculrTdZidfam partem rejiculi datur: & nobis quidem hi videntur vefi efe fimiarum lapides, utpotetar™ fJlf!ZTlt ^g%oa. eXCreU' qmm Ut ,mjore'n in ^UmP^ni e^eYl

X 2

Sluiten