Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DE MAZAMES. 2ip

heid daar wy geen gewag van gemaakt hebben , is die van het hert van Dnitfehland gemeenlyk het hert van het ^»W,W^f^«S door deDuitfehers geheeten; het is ten minften zo groot als onTZottl herten van Frankryk, en het verfchik 'er van door even duidelyke kenmerken; het is donkerer van hair, minder zwartagtig op den buik het he^00 den hals en de keel langer hairen als de bok, ter welker oozaakdl ol den (/) en dehedendaagfchen (*), den naam van Tragela^ofB^t hert aan hetzelve gegeeven hebben. De rhebokken zyn ook n Amerika en zelfs in grooten getale, gevonden; wy kennen 'er geene n Euroïa dan twee verfcheidenheden, de roffe en de bruine (n), de laatfte zvnTeiner dan de eerfte maar zy gelyken malkanderen in alle andere opzaten en zy hebben beiden getakte hoornen ; de mazame van Mexiko TSacu" apara van Brazilië, en de cariacou of bofch-hinde van Cayénne Sen vokomen naar onze roffe geiten: het is genoeg de befchryvS/tever" gelyken om overtuigd te zyn , dat alle die naamen flegts iTe felfde dier beteekenen; maar de temamacame, welke wy gelooven van de cTZ Jé té van Brazilië te zyn, de kleine cariacou of biche des Paletuviers noelhLde van Cayenne, zou wel alleenlyk eene verfcheidenheid kunnenzyn van S Eiuopifche verfchillende, de temamacame is kleiner , In heeft-ooit wkter buik dan de mazame, gelyk onze bruine geit witter buik, en lle ner geflake heeft dan de roffe geit zy fchynen daar egter van te verfchillend dt hoor nen , die enkel en zonder fcheuten zyn in de figuur, welke lil ccnï daar van gegeeven heeft, maar zo men acht geeft, dat in onze rhSL? herten de hoornen geene fcheuten hebbenen li^^x^SSfïiS het tweede jaar van hunnen ouderdom, zal men geneigd zyn tTlnkll dl de temamacame van Recchi van dien onderdo! waf, en dat hv om dei reden niet dan enkele hoornen zonder fcheuten hadt.' Deze twL dieren koomen ons derhalven voor als loutere verfcheidenheden in de foort van de rhebok; men zal daar omtrent gemakiyk overtuigd worden zcmenT,f beeldingen en de plaatfen der Schryveren, die wfaangeSld hebben r vet

O) Eddem efl fpecie (Cervi fcilicet) barbd tantum R armorum villo ditlan, „„, t , , vacant; non alibi quam juxta Phafln amnem mfcer^%TiTHia& iT^rl?^^ Nota. Du ras van herten wordt thans in de boffchen van D mthLT ltb-VIIL caP> 33hen ten tyde van PLINIUS vondt in de landen 'die door de pS£ men

0,0 Agricola Tragelapbum interpretator, germSct dIZi fe a „ et VrtZ^' T

lapbus, mquit, R cervus infylvis cubant Traeelahbus er bilrTZ „ mzndhl^b- Trage.

Urci quidem inftar videtur ïfje barbatus, quSd eTï'TZri t in^iïZ^* ™'f>™« cervi vero gerit fpeciem; co tarnen multo efl era Mo, A'rolJSU Sr & " i fidet, feu nonnibil nigrefcens , unie ^S^^Kttïte^S1^ fr'f" nerea eft, ventris [ubnigra.non ut cervir mnMJn „*„L sn: ."m,lamenJ''prema dorp pars ci. CaXeritnon differL utfr ulTnïftT^ ^llbbi tl-""" T

Boèmicis, quam in aliisreperiuntur. AgricoT! cll^!P oucefimtimce funt

ö> 297. - Alterum cervi genus ignoiius uoa G^ P°S- ^

vi fcilicet vulgaris) maius, pineuius tum \ila ÏZnZ TJ> , lra?elaPnus dicitur. PrioreCCer. Jufti ligni Lr/, BrLdnirK

O) Zie in het VI deel dezer Nat. Hift. het artikel van den Rhe, pag. 84.

E e 2

Sluiten