Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHRYVING VAN HET KABINET.

Breedte der OOgputten , voeten, duimen, !yilcl,v,

Hoogte . . . „' °- 2- 3-

Lengte der hoornen . , * °> 1. 8.

Omtrek aan derzelver bafis u • 7- 3-

' - o. 10. 7.

No. MCLXXXVII. Hoorns van een bubalus* . Deze hoorns zitten aan een ftuk van het voorhoofdsbeen vaft, zy zvn bvna even groot als de voorgaanden, en verfchillen llegts door hunrte rigting van dezelve j hun eind is niet naar agteren geboogen S g

No. MCLXXXVIII. Een hoorn van een condoma. Deze hoorn (Pl . XL1, fig. 2) is gedraaid; dezelve befchryft door zvtte kromte omtrent anderhalven flag van eene zeer langwerpigeK hl 5

STdSS eindienh^n * *

agt ommen, indien men zyne kromtens volgt; hy heeft negen duimen ert een halven omtreks aan de bafis; hy heeft een ribbetje, dat^fg oTr zvne geheele lengte uitftrekt; het overige van zynen omtrek is rondaglfg Te! ï^t,eTgen aS?ind o^rdepunt, alwaar twee ribbelsloon 'n en

eene vlakke kant tufTchen beiden; de kleur van di^n U„ ■ 100P^n e"

ziet op deszelfs oppeiwlakte dwarfche en g^riïpj^"^™ de der in de lengte loopende rib beginnen, en die op dé ^lenoyeSü de zyde aan die van het.ribbetje eenen hoek maaken, waarvandeZtnaïl om laag gerigt is; die hoorn is hol en van dezelfde zelfftandTgheic^ fisdie van den ftier, van den bok, van den ram, enz.; door zyne ledaante t lykt hy meer naar de hoornen van den bok/dan van eenigïdfr dier daar is n het kabinet een geraamte van eene geit van Angoi^welker hoorns flegts daarin van den hoorn van den condoma, waarvan wy hiaftred^ verfchillen, dat zy minder dik en zeer veel kle ner zvn • ™LTkL1^ ' ennbben, gelyk aan de krullynige kron*en^^

Daar wordt, in de fraaije verzameling van mtgezogte ftukken welke mvn Hr. de marquis oe Marigny vergadert, om de ftudke da^Natuur bv S kennis der fraaije Konften te voegen een geheele kop vaneenZlmt (Pl. XL1' fig. 1) bewaard met gelyke hoornen aan dien, waarvan wv

ïï^istëï^w^te ™bet ï ^^7^Ztïïs

preeacr aan oie van den bok, en de opening der neusgaten veel knrtnv daar zitten indrukzelen in het voorhoofdsbeen, en het vf orfte eind d er ei' genlyke neusbeenderen «anders uitgerand als by den bok- kon vanden condoma verfchilt niet minder van die der rammeneer ga'zeSendeibuffels en der offen; het is my voorgekoomen, dat de fmoel en het vSrhoofdS van dien kop meer oyereenkomft hebben met den fmoel en hTv0 £ ? der herten, der damherten en der rhebokken, fchoon de op 'nin? del neus gaten naar evenredigheid nog korter zy; maar daar zit geen''ÏÏrffi de oogputten gelyk by die dieren, noch ook eenige voetWen vrhaak" tanden in het bovenft kaakbeen, gelyk by het hert; de baktanden varTden kop van den condoma , waarvan wy hie/fpreeken,' zyn in ft«£en

Ff 3

Sluiten