Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHRYVING VAN DEN KLEINEN RHEBOK. 2^

BESCHRTVING VAN DEN KLEINEN RHEBOK

De zogenaamde kleine Rhebok is het kleinfle van alle dieren met gefbleeten hoeven, ten minften van allen, welken wy kennen 5 hv is niet veel meer dan een voet lang, van het eind van den neus af tot aan het begin yan den ftaart toe; de vaale kleur van zyn hair, zyne lange en ranke pootjes zyne korte ftaart en een voorkoomen van gezwindheid in zyne evenredigheden, hebben hem met het hert doen vergelyken, en in het franfch den naam van Chevrotait,«doen geeven; het groot verfchil, dat tuffchen de kloekte van deze twee dieren plaats heeft, heeft dat rheetje opmerkelyker doen worden dan het zoude geweeft zyn, indien het grooter ware geweeft men flaat verbaasd van 111 hetzelve een groot hert in het klein te z?cn, een volwaffchen hert dat zo klein is als de vrugt van ons hert; maar iAdie? Sfl A l uetlQ flegtS met een^ oplettenheid gade flaat, e kent men ligneyhèrt ^ ^ VerfchilIende foort is van die van het gewei-

De fmoel is niet zeer breed; de neus flaat zo veel voor uit als de bovenfte lip gelyk by het hert het damhert, en den rhebok, en niet naar aeterTn gelyk de neu» van de bokken, van de rammen en van de gazellen; dl Wl heeft weinig breedte, de oogen zyn groot, de agterfte pooten hebben meer lengte dan de voorfte, omdat zy de pypen veel langer hebben; dat rheÏÏie heeft geene traanputten, gelyk de herten , de galellen, enz. ; maai- daar zit tuffchen de tweede regels der vingeren, en voornamely'k van'de agterftï voeten, een klein ondiep kuiltje; ook gelykt het maakzel van den voel"een germaate naar dien van den voet der gazellen; ik heb geene bosjes hair .« de voorpooten noch ook op de agterpooten, gevonden^ een jong rheet f da in wyngeeft bewaard was, gelyk ook niet aan het opgezette vefvan tTel volwaffenen, de eenigften, welke ik gezien heb ee Het eind van den fmoel van het jonge rheetje (PL XLIF), het bovenft en de zyden van den kop, van den hals, van de borft en van h!t lyT hel kruis de agterfte zyde van den ftaart, de buitenkant der ooren, de fchou der, de arm de buitenkant yan den voorarm, van het been en vaniS dye, een gedeelte van den binnenkant van het been, de voorftl PVnS en voeten, hadden verfchillende tinten vaal of ros; het bweXanTe? neusbeen, van den kop van den hals en van het h'ghaam, hadden eene donker roffe kleur met bruin vermengd ; het ros van de bêenen van de zyden van den kop van den hals en van het Jyf was helder eï bynj vaal het benedenft des onderften kaakbeens, de keel, het onderft vanTborff de buik een gedeelte van den binnenkant van het been en van den voor' arm, het voorfte gedeelte der pypen en der agterfte voeten, en de voor

Sluiten