Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHRYVING VAN DEN CARIACOU. 23?

■oeten, duimen, lynen.

o- 3- 8.

o. 4. O.

o. 10. 6.

0. 9. 6.

1. 6: 9. o. 11. <j. o. 10. 6. o. 10. 4. o. 3- o. o. O. IO. o. 1. 8.

o. 1. 10.

o. 1. 8.

o. 1. 5.

o. 1. 4,

o. o. 4.

o. 4. o.

0, 3. 8.

Omtrek van den koot . ,

Omtrek van de kroon

Hoogte, van het onderft van den voet af tot aan den knie

Afftand van den elleboog tot aan den fchoft . ,

Afftand van) den elleboog tot aan het onderft van den voet

Lengte van den dye, van den kniefchyf tot aan de waade

Omtrek by den buik .

Lengte van den pyp, van de waade tot aan den kogel j

Omtrek

Lengte van de fpoorgezwellen

Hoogte der hoeven . . [

Lengte, van den voorvoet af tot aan den hiel toe, in dé voorfte voeten . ... Lengte van de agterfte voeten

Breedte der beide hoeven, te zamen genoomen aan de voorfte voeten

Breedte aan de agterfte voeten . Afftand tulTchen de beide hoeven . *,

Omtrek der beide hoeven, te zamen genoomen aan de voorfte voeten

Omtrek aan de agterfte voeten -; .

Dit dier woog zes-eu-zeveuüg ponden; by de opening van den onderbuik , vondt men de vier maagen en de darmen, gelyk by andere herkaauwende dieren, geplaatft; de blindedarm ftrekte zig dwarfch van de regternaar de hnkerzyde uit, in het agterft gedeelte van de navelftreek, tuffchen den regten darm en de dunne darmen.

De vier maagen en de darmen geleeken naar die van den os , door hunne gedaante en door hunne plaatfing; daar zaten flegts twee bolrondheden op het agterft gedeelte van den pens; deszelfs binnenfte wanden waren wit en geheel bedekt met laage, en zeer digt by eikanderen ftaande tepeltjes; de vakken van het netwerk van den muts hadden weinig middellyn, en derzelver middelfchotten hadden weinig hoogte ; de bladen van de derde maag waren ten getale van vyf-en-zeventig groote , vyftien middelmaatige en dertig kleine.

De lever lag geplaatft en was gemaakt, gelyk die van het hert en van den os; dezelve hadt van buiten en van binnen eene blaauwe kleur , hy woog vyftien oneen; daar zat geen galblaasje aan.

De milt geleek naar die van het hert door zyne ovaale gedaante, en door zyne plaatfing; zy hadt van buiten eene bleeke kleur, gelyk de lever, maar van binnen was zy roodagtig bruin van kleur, zy woog vier oneen, vier drachmen en eene halve.

De nieren waren zeer verfchillend van die van den os, en geleeken naar de nieren van den ram , van het hert, enz.

Daar wierdt een beentje in het hert gevonden; de longen geleeken naar die van het hert, want de kwabben waren niet tot den wortel toe van: eikanderen gefcheiden-

Gg 3

Sluiten