Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r 143 3

SENTENTIE.

Gezien by denHoogen Zee-Krygsraad, ingevolge Decreet van de Nationale Vergadering, reprefenteercnde het Volk van Nederland, van 19 May 1797 benoemd, over her gedrag van den Capitein Engcibzrtus Lucas, en de verdere Commandanten dérScbepcn tot het Esquader behoord hebbende, het welk in den jaare 1796 naar de Oost-Indien is gedestineerd geweest, deConclufie van Declaratoir, overgegeeven by Mr. Jakob Spoors, by hericlve Decreet gecommitteerd , om in de voorfz. zaak het Orticie Fi. caal waar te neemen, en alzo in die quaüteit Eisfcher ter eenre, op ende tegen Jan Rynbjndf, Jacob Claris^ Capiteirs ter Zee, Jan Valkenburg, Jacob Zoeteman, Gustcaf Adolf de Falck, Christiaan de Cerff, Capitein Lieuter.ants, Pieier Befemer en llermamts Barbier, Lieutenants, allen ten Dienste der Bataaffche Republiek, by verichillende sanfehryvingen, Gerequireerden in Perfoon, ter andere zyde :

Mitsgaders gezien en geëxamineerd de veriucaroire Bcfcheiden daar toe dienende, als mede de Interrogatarien, waar op de Gerequireerden V2n wegenden Advocaat - Fiscaal voor dezen Hoogen Zee-Krygsraad: zyn gehoord, en de Responfiven by dezelve daar op gegeeven, uit alle het welke aan dezen Iloogen Zee-Krygsraad volkomen is gebleeken:

Dat aan de Gerequireerden, respeclivelykgecommandeerd hebbende de Schepen, de Revolutie, Castor, Admiraal Tromp, Brave, Bellona, Sirene, Havik, en 't Oost-Indisch Compagnie Schip de Vrouw Maria, behoord hebbende tot het Esquader, het welk onder bevel van wylen den Capitein En-

Sluiten