Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI

drukkende moeten zijn dan voor anderen. Indien dan al het bijgebragte voorbeeld van twee burgers , ieder hebbende ƒ 6"oo. inkomen, doch de een getrouwd en de andere niet; en dat van den man met vrouw en vier kinderen, doch gelijke inkomften hebbende, juist en toepasfelijk was, welk het echter in geenen deele is, dan zoude het zel« ve niets meer bewijzen, dan dat er in deze foort van belasting geene volkomen gelijkheid plaats kan hebbeni iets, welk wij gaarne toeftaan, en in ons rapport meer dan eens erkend hebben; even gelijk wij beweerd hebben, dat eene belasting naar het betrekkelijk vermogen, gegrond op de inkomften, onder alle de ongelijke en drukkende belastingen, het minst ongelijk werkt, en het minst drukt ; en juist proportioneel het minst drukt, daar het minste vermogen is, en het meest op den meer vermogenden, zoo op zig zei ven, als in vergelijking van alle andere belastingen, bijzonderlijk van die op de confumptien.

Na deze algemeene aanmerking, wordt ons een gevoelen toegefchreeven, welk wij niet als het onze hebben voorgedraagen; maar wel als bedenkingen, welken wij7 gewigtig genoeg oordeelden, om ze, ten einde van nader onderzoek eener zoo belangrijke zake, aan de opmerkzaamheid van de hoogst geconftitueerde magt aan te beveelen; daar wij voor ons, om bijgebragte redenen, hierover niets konden beflisien, en alleen geadvijzeerd hebben,

Sluiten