Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII

ben, om de Landerijen niet meer te bezwaaren; Tot het wederfpreeken echter van die bedenkingen befteedt de Schrijver eenige bladzijden, terwijl hij had kunnen volftaan met de ten flotte gemaakte aanmerking, dat de Staatsregeling hieromtrent reeds beflist heeft (*). Vervolgends beweert dezelve, dat eene perfoneele quotifatie naar de waarde der woonhuizen geheel onevenredig is naar het relatief vermogen, en ftrijdig tegen de Staatsregeling; en dat die naar de inkomften rust op eene geheel abufive berekening. Dan dewijl deze bedenkingen invallen met die van onze onbekende Correspondenten, meenen wij hier te kunnen volftaan, om den Leezer naar ons antwoord aan dezelven te verwijzen.

Het is misfchien in het bedaard, koel en altijd redeneerend charakter van onzen landaart gele. gen, dat men onder ons, oneindig meer dan bilandere Volken, dezulken vindt, die niet fpoe-

dig

(*) De Schrijver is zeer verkeerd ouderrigt, dat va„ eene Boerenplaats in het voormalig Holland, f 600. doen. dom huur, maar/50. aan lasten betaald zouden worden Men rekent aldaar, dat de helft der huurgelden aan lastea en noodzaaklijke reparatien betaald wordt; en dat de land e.genaars naauwlijks op 3. perc. kunnen ftaat maaken Ver! pendingen en binnenlandfche kosten beloopen, onder E-b.jnland, QP ™S™ en tien g„iden per eq<

Sluiten