Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 39 >

vrijheid U te verzoeken, dat Gij dit voornemen al» nog wilt ten uitvoer brengen; want, naar ons inzien, is dit het groote punt, waarop alles neder komt. De Staatsregeling kan of behoort U daarvan niet terug te houden. Het is hier de vraag niet, of wij ons aan dè Staatsregeling onderwerpen, en gewillig die belastingen zullen draagen, welken het Vertegenwoordigend Lighaam, volgends derzelver beginzelen en voorfchriften , zal vastftellen; ook niet, wat het tegenwoordig tijdsgewrigt vordert; noch ook om de Staatsregeling te beöordeelen, maar omwaarheid te zoeken: wij althands zullen ons in dit onderzoek nooit behelpen met de onheufche uitvlugt, dat Uwe bewijsredenen niet in aanmerking kunnen komen, omdat Uwe {telling {trijden zou tegen de Staatsregeling, noch ons met derzelver gezag dekken tegen de kragt der waarheid. Bovendien zijn wij van oordeel, dat de letter der Staatsregeling het behouden van de tegenwoordige belastingen op het confumptiveover hetgeheel niet verbiedt, maar zulks, alleen met uitzondering van leevensmiddelen van de eerftt neodzaaklijkheid, volkomen vrijlaat. Zie Art. CCX. f. end. Maar ook dan is de vraag, wat zijn leevensmiddelen van eerfte noodzaaklijkheid ? Is die eerfte noodzaaklijkheid niet volkomen betrekkelijk op denperzoon, welke die leevensmiddelen behoeft? Zal de bepaaling daarvan niet altijd willekeurig moeten zijn? Zal niet eene menigte van leevensmiddelen moeten verklaard worden, dat zij onder de clasfe van eerfte noodzaaklijkheid niet gerangfchikt, en alzoo belast kunnen worden , en echter behooren tot dezulken, welken door eene groote menigte van Inwooners niet ontbeerd kunnen worden? Deze vragen, bij welken nog meer an« deren konden gevoegd worden, hebben wij tot nog toe C 4 nim«

Sluiten