Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 41 >

béflde op ecnije Ingezetenen dan op de overigen, gezegd kunnen worden niet te ftrijden tegen de gelijkheid. De gelijkheid, waarop het in dezin aankomt, is die, weike in de beting zelve gelegen is; die zig van den beginne af aan reeds vertoont, en binnen den kortst mogelijken tijd en meest algemeen de fubordinate gelijkheid daarllelt.

a°. Doch deze fubordinate gelijkheid wordt nimmer fpoedig en zelden algemeen werkende gevonden. En dit brengt ons tot eene tweede aanmerking; dat naamlijk ons tegenwoordig ftelzel, hoe lang ook geduurd hebbende, nog geenszins die {trekking heeft verkreegen, noch uit zijnen aart verkrijgen kan, dat het algemeen werkt, en alzoo juist daar drukt, alwaar het vermogen is. Wij moeten ü hier kortheidshalve verwijzen na ons deswege gezegde ter aangehaalde plaatze in ons rapport, bijzonderlijk op bl. 43. of 75, als mede na het U niet onbekende Iets over het invoeren van algemeene Belastingen over de geheele Republiek , gedrukt te Groningen in 1797. bl. 5-8- en bl. ao. en volgg. De daggelden immers van den arbeider, handwerks- en ambachtsman zijn niet verhoogd, in evenredigheid van de vermeerderde belastingen of den verhoogden prijs der koopgoederen; het getal van Ingezetenen, behoorende tot de werkende clasfen , is even min evenredig aan dat geen, welk wij behoeven; jaarlijks moet een groote menigte vreemdelingen ons daarin te hulpe komen; het leger en de vloot beftaan meest uit vreemdelingen; jaarlijks wordt daardoor eene aanmerkelijke fomme gelds ten lande uitgevoerd; terwijl onze fabrieken door deze onevenredigheid allen vertier na buiten verlooren hebben, en door gebrek aan werkvolk blijven in een Vervallen en kwijnenden ftaat; en de landbouw is buiC 5 ten

Sluiten