Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< Sa >

aTs op het bebouwen van eene onnoemelijke menigte van ledig liggende landerijen. — Gevolgen, welker eerfle bijzonderlijk zoude drukken op de werkzaame clasfe van Ingezetenen en talrijke huisgezinnen, terwijl door beiden alle vooruitzigten ter meerdere bevolking, voor altoos, geflooten zijn. — De huizen zijn dus even ab de landerijen, volgends ons ontwerp, voorwerpen van reële belasting of verponding; en even zoo min voorwerpen van nieuwe belasting; maar de waarde der woonhuizen is door ons alleen aangenomen als een maatftaf van dat vermogen, naar welk ieders aandeel in den algemeenen last moet geëvenredigd zijn: omdat wij geen beter kenbaar middel, om het relatief vermogen , op billijken grond van waarfchijnelijkheid, te calculeeren, kenden, dan den leevensftand, in welken men zig plaatst, en waarvan het woonhuis ongetwijfeld het eerst in aanmerking komt.

De reden, waarom wij de perzonele belasting naar de waarde der woonhuizen , bij wijze van converfie van een gedeelte der indirecte belastingen en in plaats van dezelven, gekoozen hebben , is dus geenszins grootendeels te zoeken in de zekerheid, dat niemand dezen last zal kunnen ontduiken, welk gij, waarde Medeburgers! verder als eene zwaarigheid tegen ons ontwerp fchijnt voor te draagen, en dat dezelve een bewijs zoude fchijnen op te leveren, dat wij het niet geheel en al op de zekere werking van de belasting naar de inkomsten hebben durven laaten aankomen. Gaarne ftaan wij U toe, dat deze zekerheid bij ons mede in aanmerking is genomen , en fchroomen niet 'er bij te voegen, dat, al ware zij de eenigfte reden. al ware deze belasting aan alle de overige inconvenienten der indirecte belastingen onderhevig, zij dan

nog

Sluiten