Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 59 >

zelfs van de zulken , die men op de andere plaatzen niet kan bekomen. Die uit een aanzienlijke holhndfche ftad na een geldersch dorp of westphaa'sch ftedeke , om zijner iinantie wil, vertrekt, berooft zig ook op dat oogenblik van genoegens, welken hij aldaar fmaakte en in overvloed genoot, doeh die aan zijne nieuwe bimren naauwliiks bij naam bekend zijn.-(Een bovenlander verzekerde eens, dat kabeljauw een lekker eeten was, om dat hij het gehoord had vat» iemand, die ze had zien eeten.) —— Een zelfde fober inkomen geeft in Holland misfchien geene mindere, fchoon niet dezelfde, genoegens, dan elders; en van een ruim inkomen is het buiten twijfel. Hij, die woont in of nabij eene hollandfche koopftad, heeft, behalven de meerdere genietingen des leevens, menigvuldige gelegenheid, om met dat gedeelte van zijn inkomen, welk hij voor zijne huishouding riet noodig heeft, eenigen handel te'drijven; maar die hij elders te vergeefsch zal zoeken.

Uwe tweede bedenking tegen deze belasting beftaat daarin, dat Gij dezelve voor onuitvoerelijk oordeelt. Zonder publiciteit is zij, volgends onze eigene bekendtenis , tot geene draagelijke evenredigheid te brengen; en, naar uwe gedachten, zou de publiciteit, op den duur, niet zeer vallen in den fmaak der Natie.

"Wij willen gaarne gelooven, dat de publiciteit, welk aandeel, ieder Ingezeten in den algeraeenen last des Vaderlands draagt, in het geheel niet valt in den fmaak van eenige burgers, en dat zij zelfs in de fecretesfe zeer veel balang ftellen; maar dat de gantfche Natie, of een groot gedeelte van dezelve, in dit gevoelen zoude ftaan, is ons tot nog niet voorgekomen: integendeel heeft ons de ondervinding, vooral van deze

laat-

Sluiten