Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 68 >

ö>et het niets tegen ons ontwerp , als naderhand blijkt, dat de opgave der behoeften niet naauwkeurig !is geweest, of liever als naderhand gebleeken is, dat de uitgaven hooger moeten gefteld worden, dan men te vooren gecalculeerd had; naardien deze zwaarigheid, indien ze daarvoor gehouden kan worden, ons ontwerp niet meer drukt dan alle andere ontwerpen, of ftelzels van belastingen. Wij meenen zelfs, dat ons ontwerp daardoor minder gedrukt wordt; dewijl onder alle ons bekende ftelzels 'er niet één is, waarin het individueel aandeel van ieder burger in den algenieenen last zoo naauwkeurig bepaald en zoo juist aangeweezen kan worden, als in ons ontwerp. Het verichil tusfchen uwe en onze opgaven is een derde en om het als dan te kort komende vierde te vinden , wordt niets meer vereischt, dan om een ieder van de door ons voorgeftelde belastingen zoo van verponding op huizen en landen, als van de perzonele quotifatie «aar de waarde der woonhuizen en grootte der inkomften met een derde te vermeerderen: of verkiest men de verhooging alleen op de laatfte te brengen , zullen de percenten met de helft vermeerderd moeten worden. In zoodanigen geval zullen, onder alle ftelzels, de belastingen verhoogd, of met nieuwe vermeerderd moeten worden.

Maar het gene ons ontwerp meer aangaat, is uwe twijfeling, of wij de begrooting van de waarde der •woonhuizen, en van de grootte der inkomften niet veel te hoog genomen hebben. Opzigtelijk her. eerfte fchijnt dit veel gronds te hebben, naardien Gij, uit den aanflag der verponding over de fteden van het voormalig Gewest Holland, volgends het quohier van1732., eene berekening maakt, dat dezelve niet meer zal kunnen bedraagen dun ƒ4.373,000., en dus ƒ 2,627,000.

juin-

Sluiten