Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 7<5 >

bezittingen van een koopman beftaan of geheel of gedeeltelijk in zijne koopgoederen; hij verkoopt een gedeelte van die goederen of tegen gereede betaaling , of bij ruiling van andere goederen, dat is, hij verandert de foort zijner bezittingen: in plaats (bij voorb.) van fpecerijen neemt hij geld of eenig ander koopgoed, en dezen handel drijft hij op hoop van winst, doch flaagt daarin ongelukkig; hij verzendt de verkochte goederen, maar lijdt daaraan zeefchade, of krijgt, door een bankbreuk van den kooper, den' bedongen prijs niet. Wat verliest nu de koopman? Zeker zijne verkochte goederen, dat is, een gedeelte zijner bezittingen en een gedeelte zijner winfte of in. komen. En welk is het gedeelte van geleeden fchade op winst of inkomen? Geen ander, dan dat gedeelte van den koopprijs, welken hij bedongen heeft, boven het gene de verkochte goederen hem aan inkoop, arbeidsloonen , pakhuishuur en dergelijken gekost heb. ben. Kn dit gedeelte alleen kan als eene fchade of nadeel op de inkomften van dezelven afgetrokken worden , indien men de woorden der Publicatie in eenen gezonden zin opvat. Dezelven zijn ondertusfeheh zoo onbepaald en algemeen, dat men door dezelven ligtelijk op de gedachten kan komen , om zoo wel het verlies van de bezitting als dat van de winst, als een nadeel op mercantiele operatie geleeden, van de inkomften te mogen aftrekken. — Of nu zoodanige verkeerde opvatting daadlijk plaats gehad hebbe, is ons onbekend, en ftaat ons niet te onderzoeken. De uitkomst zal het leeren , en misfchien niet op een gunstige wijs; wanneer in meer diftrirften plaats heeft, het gene ons verzekerd is van een der voornaamfte gemeenelands

comp-

Sluiten