Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

♦C 89 >

Gaarne ftemmen wij U toe, Medeburgers! dat het met de gronden van een wel ingerigt beuuur «rijdt, wanneer het Volk een gedeelte van de uitvoerende magt aan zig wilde behouden, en dat daaruit dugtige nadeelen zouden kunnen voortvloeijen. Maar daarin zijn wij het met'^U niet eens, dat de door ons voorgefielde wijs om de belastingen van de particulier* Ingezetenen te verzamelen of te gaderen, en in 's Lands kas te brengen, zoude behooren tot de uitvoerende magt. Het is tog niet mogelijk, om uit iedere Gemeente door alle de oorden der Republiek de opbrengst van derzelver belastingen, terftond na één éénige plaats, waar dan ook de nationale thefaurij moge gehouden worden, te brengen. Gelijk bet nu gaat, zullen 'er altijd gaarders over zekere kleine omtrekken moeten zijn, en het geld zal uit hunne handen, zoo als nu gefchiedt, door die van hoofdgaarders, en departementale ontvangers, moeten komen in 's Lands kas. Is het nu voor de Republiek en het Gouvernement niet om het even, of de Inwooners van een zekeren zeer Ideenen omtrek, hoofd voor hoofd, aan den plaatstijken Gaarder hunne belastingen komen voldoen , dan of een ieder hunner en allen te zamen hun geld ter hand ftellen aan derdens, door welken zij het aan den plaatslijken Gaarder laaten bezorgen? Kan dit genoemd worden een gedeelte der uitvoerende magt aan zig te behouden? Of moet het dien naam draagen, om dat die gaarders der onderfcheiden wijken en gemeenten niet door het Gouvernement aangefteld, noch uit 's Lands kas bezoldigd worden? Zal het geene onder de voorige order van zaken ten dezen aanzien plaats heeft gehad, en voor als nog plaats heeft, en nu geen gedeelte der uitvoerende magt uitmaakt, zulks F 5 dan

Sluiten