Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*<[ 96 >

geoordeeld zou kunnen worden plaats te hebben (*).-— Dat iemands bekende verteeringen bij de Commisfalisfen, die het onderzoek zulien doen, en bij de Natie, mede in aanmerking genomen worden, of men zig behoorelijk geclaslïficeerd hebbe, is gansch natuurlijk; maar dat zij den eenigen grond van berekening, hoeveel ieder in den algemeenen last te draagen hebbe, zou uitmaaken , komt ons voor tegen gelijkheid en billijkheid te ftrijden. Gij gevoelt zeiven, „ dat de zwaarigheid ten opzigte van de ongelijkheid „ hiermede niet vereffend is." En, ,, om aan „ een iegelijk de faculteit te geeven, om zoodani,, ge fom, als men zou meenen te moeten bepaa,, len, dat voor zijne exiftentie onontbeerelijk was, ,, van deszelfs verteering af te trekken , en wel„ ke fom, in evenredigheid van het aantal kinde„ren, welken iemand mogt hebben, vergroot zou „ kunnen worden," erkent Gij zeiven, „ zou wel „ een verzagtend hulpmiddel, maar nog geen radicaal

» ge-

(*) Ware de belasting naar de waarde der woonhuizen de eenige, dan zou men in kooplieden, daar dezelve veel grooter is dan op andere plaatzen, over ongelijkheid ie klaagen hebben; en omgekeerd, indien 'er geene andere was dan die naar de grootte der inkomften. Het ongelijke , welk bij de vereeniging reeds vermindert, wordt nog minder drukkende, omdat men in kooplieden honderd gelegenheden tot winst heeft, die men elders te vergeefsch wenscht. Hoe menig een zoude niet gaarne in de voormalige Landgewesten , naar een grooter waarde van zijn woonhuis , meer willen draagen in de landsbelastingen, indien hij die gelegenheid had, die men elders heeft, om zijn geld, met yoordcel, in eenigen handel te gebruiken.

Sluiten