Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 DE STRIJD DER REUZEN. Ja, 't lust mij van den krijg te zingen,

Op eenen meer dan helden-toon. Een krijg, daar trotfche ftervelingen

De Goden ftaken naar de kroon. Een krijg! door heerschzucht aangcdreeven, Die al het Godendom deed beeven,

In hunnen zetel gansch ontrust. Een krijg ! nog voller van gevaaren, Dan eenig fchip, door 'c woên der baaren,

Gefmeeten op een' woeste kust.

ö Puik der Griekfche Zang godinnen!

Hebt ge ooit mijn' zwakke pen befluurd, Zoo zegt mij, wat verdwaasde zinnen

De Reuzen hebben aangevuurd; Wat trotsheid, welke helfche droomen Hun' harsfens hebben ingenomen,

Dat zij het wettig rijksgezag, Als leeuwen met verwoede tanden, Dus rukloos durfden aan te randen;

Indien ik U dit vergen map:?

Gij

Sluiten