Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 DE STRIJD DER REUZEN, Terwijl, naar 't regelfnoer der pligten,

Die Goön den last hun opgeleid, Ten nutte van den mensch verrichtten;

Vereischte ook waare Erkcntlijkheid, Dat, in die wel gefchikte Landen, Men wijrook deed op de outers branden,

Ter eere van het hoofd der Goön ; En hun, van wie zjj zegeningen, Met welvaart dag aan dag ontvingen,

Als eenen wel verdienden loon,

Men zag dan ook der Goden Tempels,

En Land-kapellen, als naar fchuld, Tot aan, ja zelf tot op de drempels,

Met Priesters, en met volk vervuld. De rook der ftieren , bokken, rammen, Met die der vet- en olij-vlammen,

Verhieven zich tot in de lucht. Terwijl 't gejuich, en lovend zingen Der dank'bre Steen, en Veldelingen

Vervangen wierd, door zucht op zucht,

Dii

Sluiten