Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io DE STRIJD DER REUZEN. Weet gij wel, blinde Stervelingen!

Aan wien gij deze uwe offers brengt? Voor wien, op hoop van zegeningen,

Gij uwen wijn en olij plengt? Een God die zelf zijn' eigen vader, (Welk een betrekking bindt ooit nader?)

Uit zijnen gulden zetel fliet. Mijn' Celus, in zijn' woeste luimen, Het glansrijk hemelhof deed ruimen,

Zich i,ndrong in mijn rijks gebied.

Een God! wat zeg ik, neen mijn'vrinden!

Een Monster, dat in Goden fchijn, Zich 't fnoodst misdrijf durft onderwinden ,

Zelfs niet verdient een mensch te zijn. Gij weet, hoe Hij, in vroeger dagen, Bij Danaë zich heeft gedraagen ;

En hoe Hij Leda heeft verkracht, Alkmene in menfehen fchijn beflaapen, Hoe Hij, in eenen ftier herfchaapen,

Europa heeft ten val gebragt.

Is

Sluiten