Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16 DE STRIJD DER REUZEN. Jupijn heeft, door verkeerde wegen,

Op U, en 't menschdom, dierbaar kroost! Een onbepaald gezag verkreegen,

't Geen ik tot nu mij heb getroost. Hij heeft, met zijne Hemel-grooten, Mijn' Celus uit het rijk geftooten,

En zich de kroon op \ hoofd gezet, Die Gij, na uwes Vaders dagen, Op uwen kruin hadt moeten draagen ,

Naar erfrechts eisch, en ftaalen wet.

Hij had die kroon U moeten fchenken,

En U te faam met Goden-wijn, Uit gouden fchaalen moeten drenken,

Op dat Gij mogt ontlterflijk zijn. Dit voorrecht is U nog befchooren, Indien Gij naar den raad wilt hooren,

Die uwe Moeder thans U geeft: Gij kunt, door dapperheid verwerven, 't Geen Gij, naar 't recht, hadt moeten erven.

En maaken, dat Gij eeuwig leeft.

Zoekt

Sluiten