Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36 DE STRIJD DER REUZEN. Ja, waar het bij de Schikgodinnen

Niet juist gansch anders om bepaald, Men had Titea 't kamp zien winnen,

En Tifon had gezegenpraald. Alcides, hoe verwoed in 'c vechten, Moest, met zijn'trouwe legerknechten,

Deez' dag den aftocht laaten flaan: Wijl Hij geen kans zag, 't groejend muiten, Der Titans in zijn' loop te fluiten ,

Noch hun geweld te wederftaan.

Men meert, dat nog de 'groene velden

Van 't ruim Thesfalien, aan 't oog Der kloeke reizigers vermelden,

Wat tot dien aftocht Hem bewoog. Men kan daar, van 't gegrond benouwen Der Goón, nog 't klaar bewijs aanfchouwen.

(Hij 's wijs die voor de woede zwicht, En zich tot betren tijd wilfpaaren.) Althans de Reizigers verklaaren,

Dat nog dit land vol ileenen ligt.

Vrouw

Sluiten