Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE S T R IJ D

DER

REUZEN,

OF DE'

GESTRAFTE H E E R S C li Z U C II T,

VIERDE ZANG.

^Jl ^erwij'1 de Goón dus aller wegen

Zich bergden, voor der Reuzen magt; Was reeds Ticéaas moed gefteegen,

Tot boven mannelijke kracht. De wolk die Hun ten fchuilplaats ftrekte, En voor het fnel vervolgen dekte,

Wierd|door een blaazing van haar' mond, Gelijk een veder opgeheven , En naar het wester-zwerk gedreeven,

De woonplaats van den avondüond.

Gij

Sluiten