Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE ZANG. 39 Gij ziet, dus fpreekt zij, mijn Titanen!

Dat onze Reuzen-kracht, en hand Ons reeds een weg ten Hemel baanen;

Geen Goön zijn tegen Ons beftand. Ja kloeke Telgen! de ed'le zegen, Het voordeel dat wij reeds verkreegen,

Is door uw' helden-moed behaald. Laat deze moed nu niet verflappen, Daar wij de dwinglandij vertrappen,

En 't noodlot zich voor Ons bepaalt.

Laat Ons den dienst der Stervelingen,

Een bloo en weereloos geflacht, Geheel hun uit de handen wringen ,

Met de offers aan hun toegebragt. Laat Ons hun' kluisters verder breeken, En Hen zelfs in de verfte ftreeken

Vervolgen, eer Ons door 't beleid Van Vrouw Minerva , loos op vonden , Een vreê-verdrag wordt 't huis gezonden,

Of eene valftrik Ons bereid.

C 4 Go-

Sluiten